Files
VibeFinance/BEHEER.md
T
Jordy HoogeveenandClaude Opus 5 bfec3a25f3 Migratie naar 2-container opzet (app + database)
De Express-app serveert nu zelf de gebouwde Vite-frontend op / met een
SPA-fallback naar index.html; de aparte nginx-container is vervallen.
Bedoeld voor self-hosting op een Raspberry Pi: één image, één origin,
geen interne proxy en geen CORS tussen frontend en API.

Docker
- Nieuwe multi-stage Dockerfile in de root met targets test, development
  en production; frontend/Dockerfile, frontend/nginx-spa.conf en
  backend/Dockerfile verwijderd
- docker-compose.yml: alleen app + postgres, app publiceert APP_PORT
  (standaard 3400) naar containerpoort 3001
- docker-compose.dev.yml: dev-container draait API (node --watch) en de
  Vite dev-server samen via docker/dev-entrypoint.sh, hot reload intact
- .dockerignore, .env.example, .gitignore en .gitattributes toegevoegd

Backend
- express.static + SPA-fallback op STATIC_DIR (default /app/public), met
  immutable caching voor gehashte assets en no-store voor index.html
- Rate limiting alleen nog op /api — statische bestanden liepen anders na
  200 requests tegen de limiet aan
- Helmet CSP toegespitst op wat de frontend laadt (Google Fonts, inline
  styles, base64-avatars); upgrade-insecure-requests uit voor intern http
- Schema-init verplaatst naar initDb(), niet meer bij import van db.js

Tests en CI/CD
- backend/test/app.test.js: 11 tests (node --test) voor API-routes,
  SPA-fallback, cache- en security-headers, zonder database
- test.ps1 / test.sh: backend-tests, productiebuild en smoketest op de
  echte app + postgres stack
- azure-pipelines.yml: Test -> Build (incl. smoketest) -> Publish
  (multi-arch amd64 + arm64, alleen op main/master of een tag)

Scripts en documentatie
- dev.ps1/dev.sh met targets app en postgres, acties logs en test;
  dev.ps1 up wist de dev-database niet langer (alleen dev.ps1 down)
- release.ps1/release.sh bouwen één image voor amd64 + arm64 en draaien
  de testsuite vóór het publiceren
- README.md en BEHEER.md bijgewerkt voor de nieuwe structuur

Co-Authored-By: Claude Opus 5 (1M context) <noreply@anthropic.com>
2026-09-04 11:51:29 +02:00

293 lines
8.9 KiB
Markdown

# VibeFinance — Beheer
De app draait in **2 containers**: `app` (Express API + gebouwde frontend) en
`postgres`. Eén image, één origin — geen aparte webserver en geen interne proxy.
---
## Ontwikkeling
```powershell
.\dev.ps1 # build + start (standaard)
.\dev.ps1 build # alleen bouwen
.\dev.ps1 up -Target app # alleen de app herbouwen + herstarten
.\dev.ps1 up -Target postgres # alleen de database herstarten
.\dev.ps1 logs # logs van de app volgen
.\dev.ps1 test # testsuite draaien
.\dev.ps1 down # stoppen én volumes wissen
.\dev.ps1 push # dev-image naar registry pushen
```
> Op macOS/Linux: gebruik `./dev.sh` met dezelfde argumenten.
In dev draait één container beide processen (zie `docker/dev-entrypoint.sh`):
| Adres | Wat |
|---|---|
| http://localhost | Vite dev-server met hot reload |
| http://localhost:3001/api/health | de API rechtstreeks |
Vite proxyt `/api` naar `localhost:3001` binnen dezelfde container.
> ⚠️ Alleen `.\dev.ps1 down` wist de development-database (`docker compose down -v`).
> `.\dev.ps1 up` doet een gewone `down` en laat het volume staan.
---
## Testen
```powershell
.\test.ps1 # backend-tests + productiebuild + smoketest
.\test.ps1 -Unit # alleen de backend-tests
.\test.ps1 -NoSmoke # tests + build, zonder de stack te starten
```
Alles loopt in Docker; Node op de host is niet nodig.
| Stap | Wat er gebeurt |
|---|---|
| Backend-tests | `Dockerfile` target `test` → `node --test` in `backend/test/`, zonder database |
| Productiebuild | `Dockerfile` target `production` — faalt de Vite-build, faalt deze stap |
| Smoketest | app + postgres starten en `/api/health` en `/` opvragen |
Losse backend-tests draaien in een lopende dev-container:
```bash
docker compose -f docker-compose.dev.yml exec app npm test
```
---
## Release workflow
```powershell
# 1. Versienummer in package.json van "x.x.x-dev" naar "x.x.x"
# 2. Changelog.md bijwerken — die sectie wordt de release-notes
# 3. Token met release-rechten zetten
$env:GITEA_TOKEN = "<token>"
.\release.ps1 # test, bouw (amd64+arm64), push, tag, Gitea-release
.\release.ps1 -DryRun # droogloop — toont alle stappen zonder uit te voeren
.\release.ps1 -NoBuild # sla docker build over, alleen tag + release
.\release.ps1 -SkipTests # sla de testsuite over (niet aanbevolen)
# 4. Versienummer in package.json naar "x.x.(x+1)-dev" voor volgende cyclus
```
Het script bouwt één image voor `linux/amd64` en `linux/arm64`, zodat dezelfde
tag op een Raspberry Pi en op een x86-server werkt.
---
## CI/CD (Azure DevOps)
`azure-pipelines.yml` doet in drie stages hetzelfde als de lokale scripts:
| Stage | Wat |
|---|---|
| `Test` | `docker build --target test` + `docker run` → backend-tests |
| `Build` | productie-image bouwen en smoketesten tegen een postgres-container |
| `Publish` | multi-arch image (amd64 + arm64) pushen naar de registry |
`Publish` loopt alleen op `main`/`master` of een tag. Vul vóór het eerste gebruik
de variabele `dockerRegistryServiceConnection` in met de naam van je Docker
Registry service connection in Azure DevOps.
---
## Docker
```bash
# Update via pre-built images
docker compose pull && docker compose up -d
# Reset inclusief database ⚠️ wist alle data
docker compose down -v && docker compose up -d
```
### PostgreSQL versie-upgrade
Bij een upgrade van PostgreSQL (bijv. 16 → 18) is de bestaande data niet compatibel. Stappen:
```bash
# 1. Backup maken
docker exec vibefinance_postgres pg_dump -U vibefinance vibefinance > backup-$(date +%F).sql
# 2. Oude containers en volumes verwijderen
docker compose down -v
# 3. Nieuwe versie starten
docker compose up -d
# 4. Backup terugzetten
docker exec -i vibefinance_postgres psql -U vibefinance -d vibefinance < backup-YYYY-MM-DD.sql
```
---
## Architectuur — één app-container
De Express-app serveert zowel de API als de gebouwde frontend:
| Verzoek | Wat de app doet |
|---|---|
| `/api/...` | REST API (rate limited) |
| `/assets/...` | statische build uit `STATIC_DIR`, 1 jaar `immutable` gecached |
| al het overige | `index.html` — fallback voor React-routing |
`STATIC_DIR` staat standaard op `/app/public`; daar zet de `Dockerfile` de
Vite-build neer. Bestaat die map niet (bijv. in dev), dan serveert de app
alleen de API en logt dat bij het starten.
> Ontbreekt de build in het image, dan krijg je op `/` een 404 en werkt alleen
> `/api/...`. Controleer dan de `frontend-build` stage in de `Dockerfile`.
---
## Logs en diagnose
```bash
# Live logs (dev) — beide processen van de app-container
docker compose -f docker-compose.dev.yml logs -f app
# Live logs (productie)
docker compose logs -f
# Shell in de app-container (dev)
docker compose -f docker-compose.dev.yml exec app sh
# Status containers
docker compose ps
# Database inspecteren (dev)
docker exec -it vibefinance-postgres-dev psql -U vibefinance -d vibefinance
# Database inspecteren (productie)
docker exec -it vibefinance_postgres psql -U vibefinance -d vibefinance
```
---
## Data persistentie
De backend slaat alle data op in **PostgreSQL**.
| Omgeving | Volume | Mount pad |
|---|---|---|
| Productie | `vibefinance_pgdata` | `/var/lib/postgresql` |
| Development | `postgres_dev_data` | `/var/lib/postgresql` |
> PostgreSQL 18 gebruikt `PGDATA=/var/lib/postgresql/18/docker`. Het volume is gemount op `/var/lib/postgresql` zodat data bewaard blijft na een container restart.
**Backup maken:**
```bash
# Dev
docker exec vibefinance-postgres-dev pg_dump -U vibefinance vibefinance > backup-$(date +%F).sql
# Productie
docker exec vibefinance_postgres pg_dump -U vibefinance vibefinance > backup-$(date +%F).sql
```
**Backup terugzetten:**
```bash
# Dev
docker exec -i vibefinance-postgres-dev psql -U vibefinance -d vibefinance < backup-2026-04-08.sql
# Productie
docker exec -i vibefinance_postgres psql -U vibefinance -d vibefinance < backup-2026-04-08.sql
```
---
## Gebruikersbeheer
De eerste geregistreerde gebruiker krijgt automatisch de **Admin**-rol. Verdere accounts kunnen via de app aangemaakt worden (Gebruikersbeheer, Admin vereist) of via de API.
Rollen:
| Rol | Rechten |
|---|---|
| `Admin` | Alles, inclusief gebruikersbeheer |
| `Bewerker` | Data lezen en bewerken |
| `Viewer` | Alleen lezen |
---
## Productie checklist
- [ ] `POSTGRES_PASSWORD` instellen op een sterk wachtwoord
- [ ] `JWT_SECRET` aanpassen (genereer met `openssl rand -hex 64`)
- [ ] `CORS_ORIGIN` instellen op je domeinnaam
- [ ] `APP_PORT` aanpassen indien poort 3400 al in gebruik is
- [ ] Testsuite groen (`test.ps1` / `./test.sh`)
- [ ] TLS afhandelen via een externe reverse proxy (bijv. Nginx Proxy Manager, Caddy, Traefik)
---
## Registry
```
vibehoogie.duckdns.org/vibe/vibefinance-app (frontend + backend in één image)
Tags:
latest productie — meest recente release
x.x.x productie — specifieke versie
latest-dev development — meest recente dev build
x.x.x-dev development — specifieke dev versie
```
Inloggen op registry:
```bash
docker login vibehoogie.duckdns.org
```
---
## Update-notificaties
De app vergelijkt de draaiende versie met de laatste **release** op Gitea en toont
dat op het belletje in de topbalk en onder "Over VibeFinance".
**Hoe de check loopt**
1. De frontend vraagt `/api/update-check` op de eigen backend — de Gitea API stuurt
geen CORS-headers, dus de browser mag die niet direct bevragen.
2. De backend haalt `releases/latest` bij Gitea op en cachet het antwoord 15 minuten.
3. De frontend kijkt bij het openen, daarna elk half uur en bij het terugkeren naar
het tabblad. Alleen een écht hoger versienummer geeft een melding.
Builds met een `-dev` suffix melden nooit (die lopen voor op de laatste release).
Wil je de melding tijdens ontwikkeling toch testen: open de app met `?updatecheck`
in de URL.
**Configuratie**
De bron staat in de root `package.json`:
```json
"repository": "https://vibehoogie.duckdns.org/vibe/VibeFinance",
"updateCheckUrl": "https://vibehoogie.duckdns.org/api/v1/repos/vibe/VibeFinance/releases/latest"
```
`dev.ps1` zet die URL als `UPDATE_CHECK_URL` in de omgeving; in productie komt hij
uit `.env` (of de default in `docker-compose.yml`). Beschikbare backend-variabelen:
| Variabele | Betekenis |
|---|---|
| `UPDATE_CHECK_URL` | Release-API die gepolld wordt. Leeg = melding uit. |
| `UPDATE_CHECK_TOKEN` | Alleen nodig als de repo in Gitea niet publiek leesbaar is. |
**Een release publiceren**
Een kale Git-tag is niet genoeg: `releases/latest` geeft alleen echte releases terug.
`release.ps1` maakt die aan (stap 4) met de changelog-sectie van die versie als
release-notes. Daarvoor is een Gitea-token met release-rechten nodig:
```powershell
$env:GITEA_TOKEN = "<token>"
.\release.ps1
```
Zonder token slaat het script die stap over met een waarschuwing — images en tag
staan dan wel klaar, maar gebruikers zien geen melding tot de release bestaat.