13 Commits
Author SHA1 Message Date
Jordy Hoogeveen 04e70208bd bugfix 2026-09-10 16:51:06 +02:00
Jordy Hoogeveen ceff734793 bugfix 2026-09-10 16:24:30 +02:00
Jordy Hoogeveen 624f51679a bugfix 2026-09-10 15:40:27 +02:00
jhoogie 5f90331694 Merge pull request 'Versie 1.0.1 - versleepbare kolommen en een enkel Gitea-token' (#6) from update-1.0.1 into main 2026-09-10 15:01:55 +02:00
Jordy HoogeveenandClaude Opus 5 4e923fa998 Versienummer naar 1.0.2-dev voor de volgende cyclus
Co-Authored-By: Claude Opus 5 (1M context) <noreply@anthropic.com>
2026-09-10 14:44:24 +02:00
Jordy HoogeveenandClaude Opus 5 857322a490 Tokendocumentatie terug naar één werkstation-token
Co-Authored-By: Claude Opus 5 (1M context) <noreply@anthropic.com>
2026-09-10 14:30:18 +02:00
Jordy HoogeveenandClaude Opus 5 6fd4f4766b Versie 1.0.1 in README-badge en frontend, changelog vrijgegeven
Co-Authored-By: Claude Opus 5 (1M context) <noreply@anthropic.com>
2026-09-10 14:16:09 +02:00
jhoogie e5f78f5368 Merge pull request 'Versie 1.0.0 in package.json en README-badge, no-store op de API' (#5) from update-1.0.0 into main
Reviewed-on: http://10.0.3.108:3000/Vibe/VibeFinance/pulls/5
2026-09-09 22:05:57 +02:00
jhoogie bff64e5012 Merge pull request 'bugfixes and final release' (#4) from update-1.0.0 into main
Reviewed-on: http://10.0.3.108:3000/Vibe/VibeFinance/pulls/4
2026-09-09 17:44:00 +02:00
jhoogie 4e4a9ca3e1 Merge pull request 'bugfix update alarm' (#3) from update-0.1.9 into main
Reviewed-on: http://10.0.3.108:3000/Vibe/VibeFinance/pulls/3
2026-09-09 12:48:13 +02:00
jhoogie 00893fa6be Merge pull request 'Update 0.1.8' (#2) from update-0.1.8 into main
Reviewed-on: http://10.0.3.108:3000/Vibe/VibeFinance/pulls/2
2026-09-09 12:17:35 +02:00
jhoogie b5a068d3d8 Merge branch 'main' into update-0.1.8 2026-09-09 12:17:20 +02:00
jhoogie fdb9771916 Merge pull request 'bugfix test' (#1) from update-0.1.7 into main
Reviewed-on: http://10.0.3.108:3000/Vibe/VibeFinance/pulls/1
2026-09-08 22:27:49 +02:00
8 changed files with 470 additions and 142 deletions
+165 -69
View File
@@ -96,59 +96,87 @@ docker compose -f docker-compose.dev.yml exec -w /app/frontend app npm run lint
## Tokens
> **De `Vibe`-organisatie staat op public.** Alles wat alleen *leest* heeft
> daardoor geen token meer nodig: `git clone`, `docker compose pull` en de
> update-check van de app werken anoniem. Het host-token hieronder is dus
> optioneel geworden. *Schrijven* blijft geauthenticeerd — een publieke
> organisatie verandert daar niets aan.
**Eén token, op het werkstation.** Dat is genoeg omdat de `Vibe`-organisatie op
public staat: alles wat alleen *leest* heeft geen token meer nodig — `git clone`,
`docker compose pull` en de update-check van de app werken anoniem. Wat overblijft
is schrijven, en dat gebeurt allemaal vanaf deze ene machine.
Twee tokens, gesplitst op machine en op read/write. De grens die iets betekent
ligt tussen werkstation en server, niet tussen push en release: op één machine
kan wie het ene token kan lezen, het andere ook.
| Token | Machine | Scopes | Gebruikt voor |
|---|---|---|---|
| `vibefinance-workstation` | dit werkstation | `write:package`, `write:repository` | `docker push` (`release.ps1`, `dev.ps1 push`) én het aanmaken van de Gitea-release |
| Token | Machine | Scopes | Gebruikt voor | Nog nodig? |
|---|---|---|---|---|
| `vibefinance-workstation` | dit werkstation | `write:package`, `write:repository` | `docker push` (`release.ps1`, `dev.ps1 push`) en het aanmaken van de Gitea-release | **Ja** |
| `vibefinance-host` | de Docker-host | `read:package`, `read:repository` | `docker compose pull` en de update-check van de app | Nee, zolang de organisatie public is |
Er is geen apart host-token en geen apart registry-token:
Aanmaken: Gitea → Settings → Applications → Generate New Token. Doe dat onder een
account dat lid is van de `Vibe`-organisatie: voor schrijven volstaat
organisatie-lidmaatschap niet automatisch, het account moet ook push-rechten op de
repo hebben.
- **`git push`** gaat over SSH (`gitea@…:Vibe/VibeFinance.git`), dus die gebruikt
je SSH-sleutel en niet dit token. Werkt SSH even niet — bijvoorbeeld omdat de
ssh-agent niet meedoet in een niet-interactieve shell, wat `Permission denied
(publickey,password)` geeft — dan kun je *lezen* nu anoniem over https, omdat
de organisatie public is:
**Waar ze terechtkomen**
```powershell
git fetch https://vibehoogie.duckdns.org/Vibe/VibeFinance.git --prune --tags "+refs/heads/*:refs/remotes/origin/*"
```
| | Werkstation | Docker-host |
|---|---|---|
| Registry | `docker login` (credential store), of `REGISTRY_USER` + `REGISTRY_TOKEN` in `.env.release` | niets nodig voor een pull; anders `docker login` als de gebruiker die deployt |
| Gitea-API | `GITEA_TOKEN` in `.env.release` | niets nodig; optioneel `UPDATE_CHECK_TOKEN` in `.env` |
Die refspec werkt ook `origin/*` bij, dus daarna doen `git merge --ff-only
origin/main` en `git log origin/main` het weer. Pushen blijft SSH; `release.ps1`
leest daarvoor `core.sshCommand` uit, omdat op Windows alleen de OpenSSH van het
systeem met de ssh-agent praat en Git's eigen `ssh` niet.
- **De registry** heeft geen eigen variabele nodig: `release.ps1` en `dev.ps1`
vallen bij een ontbrekende `REGISTRY_TOKEN` terug op `GITEA_TOKEN`. Zet alleen
`REGISTRY_USER` erbij, zodat het script zelf kan inloggen als de credential
store leeg is.
- **De Docker-host** hoeft niets meer te hebben: pull en update-check zijn anoniem.
**Waarom een host-token read-only blijft** — voor het geval de organisatie weer
privé gaat en je er alsnog één neerzet. Dat staat in platte tekst in `.env` op
een server die de app op poort 3400 publiceert. Met schrijfrechten kan wie bij dat
bestand komt — via de container, een shell op die host, of een backup — een eigen
image als `latest` naar de registry pushen, en die host pullt `latest` zelf.
Read-only houdt je eigen deploy-pad uit de aanvalsketen.
Aanmaken: Gitea → Settings → Applications → Generate New Token, met **beide**
scopes aangevinkt. Doe dat onder een account dat push-rechten op de repo heeft —
lid zijn van de organisatie is daarvoor niet automatisch genoeg. Scopes van een
bestaand token zijn later niet aan te passen, dus vink ze in één keer goed aan.
**Waar hij terechtkomt** — `.env.release` naast de scripts, niet in git
(`.gitignore` pakt `.env.*`):
```ini
GITEA_TOKEN=<token met write:package + write:repository>
REGISTRY_USER=<je Gitea-account>
```
Een variabele die al in je shell staat wint, zodat je per run kunt afwijken. Een
lege waarde in het bestand wordt overgeslagen.
**Als de organisatie weer privé gaat** heb je er wél een tweede bij nodig: een
read-only token op de Docker-host, voor `docker compose pull` en
`UPDATE_CHECK_TOKEN`. Houd dat token dan read-only. Het staat in platte tekst in
`.env` op een server die de app op poort 3400 publiceert; met schrijfrechten kan
wie bij dat bestand komt — via de container, een shell op die host, of een
backup — een eigen image als `latest` naar de registry pushen, en die host pullt
`latest` zelf. Read-only houdt je eigen deploy-pad uit de aanvalsketen.
### Wat een foutcode betekent
| Status | Betekenis |
|---|---|
| 401 | Token ongeldig of verlopen. Op de registry: helemaal niet ingelogd. |
| 403 | Het token mag de repo wél zien, maar mist de **scope** voor dit endpoint. Gitea noemt de vereiste scope in de response-body. |
| 401 | Token ongeldig, verlopen of ingetrokken — Gitea herkent hem niet. Op de registry: helemaal niet ingelogd. |
| 403 | Het token **bestaat en werkt**, maar mist de **scope** voor dit endpoint. Gitea noemt de vereiste scope in de response-body. |
| 404 | Het token mag de repo niet zien. Gitea geeft geen 403, om niet te verklappen dat iets bestaat: verkeerd account, of geen toegang tot de organisatie. Nu de organisatie public is, wijst een 404 op een leesactie eerder op een verkeerde URL dan op rechten. |
Scopes van een bestaand token zijn in Gitea niet aan te passen. Bij een 403 maak
je dus een nieuw token aan; bijwerken kan niet.
Nakijken wie een token is en wat hij ziet:
**Leeft mijn token nog?** Juist dat onderscheid tussen 401 en 403 is de test.
Vraag *niet* `/api/v1/user` op om te kijken "wie het token is": het
werkstation-token heeft geen `read:user`, dus dat endpoint geeft altijd 403 en
zegt niets over geldigheid. Kijk naar de statuscode, niet naar de inhoud:
```powershell
$h = @{ Authorization = "token $env:GITEA_TOKEN" }
(Invoke-RestMethod https://vibehoogie.duckdns.org/api/v1/user -Headers $h).login
(Invoke-RestMethod https://vibehoogie.duckdns.org/api/v1/user/repos -Headers $h).full_name
$u = "https://vibehoogie.duckdns.org/api/v1/user/repos"
try { (Invoke-WebRequest $u -Headers @{ Authorization = "token $env:GITEA_TOKEN" } -UseBasicParsing).StatusCode }
catch { $_.Exception.Response.StatusCode.value__ }
```
`403` = het token leeft (alleen deze scope ontbreekt). `401` = ingetrokken of
fout gekopieerd. Nagemeten op 2026-09-10: geen header `401`, een nep-token van 40
nullen `401`, het werkstation-token `403`.
Vanuit de app-container op de host valt de body van een fout anders weg —
busybox-`wget` gooit die bij een foutstatus weg, en Node zit in het image:
@@ -168,14 +196,21 @@ docker exec vibefinance_app node -e 'const t=process.env.UPDATE_CHECK_TOKEN; fet
> waarde helemaal geen header. Nagemeten op 2026-09-10:
> geen header `200`, `token ongeldig123` `401`, leeg `200`.
### Tokens opruimen
### Oude tokens opruimen
De lijst onder Settings → Applications heeft een kolom **Last used**. Zet eerst
beide machines om, draai daarna een release en een pull, en kijk een dag later
welke tokens niet meer meebewegen — die kun je intrekken. Betrouwbaarder dan uit
de naam afleiden wat waar in gebruik is. Trek niets in vóór die controle: het
token achter je `docker login` op dit werkstation laat een release op de push
falen.
Nu er één token overblijft, kunnen de rest weg — maar niet op de gok. De lijst
onder Settings → Applications heeft een kolom **Last used**. Werkwijze:
1. Zet het nieuwe token in `.env.release` en draai een release die helemaal
doorloopt (inclusief `docker push` en stap 5).
2. Kijk in de lijst welk token net **Last used** heeft gekregen.
3. Wacht een dag en trek de tokens in die niet meer meebewegen.
Betrouwbaarder dan uit de naam afleiden wat waar in gebruik is. Trek vooral niets
in vóór die controle: het token achter je `docker login` zit in de credential
store en niet in een bestand, dus je ziet aan niets welke het is — trek je die
in, dan valt de push in stap 3 om. Loopt dat toch mis, dan is
`docker login vibehoogie.duckdns.org` met het nieuwe token genoeg.
---
@@ -183,16 +218,18 @@ falen.
```powershell
# 1. Versienummer in package.json van "x.x.x-dev" naar "x.x.x"
# 2. Changelog.md: kop van "Niet vrijgegeven" naar "[x.x.x] - datum"
# 2. Wijzigingen in Changelog.md onder de kop "## [Niet vrijgegeven]"
# (de kop zelf omzetten hoeft niet — dat doet het script)
# 3. Token staat in .env.release (zie Tokens) — of eenmalig in de shell:
$env:GITEA_TOKEN = "<vibefinance-workstation>"
.\release.ps1 # test, bouw (amd64+arm64), push, tag, Gitea-release
.\release.ps1 -DryRun # droogloop — toont alle stappen zonder uit te voeren
.\release.ps1 -NoBuild # sla docker build over, alleen tag + release
.\release.ps1 -SkipTests # sla de testsuite over (niet aanbevolen)
.\release.ps1 # test, bouw (amd64+arm64), push, tag, Gitea-release
.\release.ps1 -DryRun # droogloop — toont alle stappen zonder uit te voeren
.\release.ps1 -NoBuild # sla docker build over, alleen tag + release
.\release.ps1 -SkipTests # sla de testsuite over (niet aanbevolen)
.\release.ps1 -NoChangelog # publiceer bewust zonder release-notes
# 4. Versienummer in package.json naar "x.x.(x+1)-dev" voor volgende cyclus
# Klaar. Het versienummer voor de volgende cyclus zet het script zelf.
```
Het script bouwt één image voor `linux/amd64` en `linux/arm64`, zodat dezelfde
@@ -200,38 +237,51 @@ tag op een Raspberry Pi en op een x86-server werkt.
**Wat het script zelf bijwerkt** — met de hand aanpassen is dus dubbel werk:
| Bestand | Wat |
|---|---|
| `frontend/package.json` | versie gelijkgetrokken met de root `package.json` |
| `README.md` | de `versie-x.x.x`-badge bovenaan |
| Bestand | Wat | Wanneer |
|---|---|---|
| `Changelog.md` | kop `## [Niet vrijgegeven]` → `## [x.x.x] - datum` | vóór de build |
| Git-tag | `vx.x.x` op `HEAD`, gepusht naar origin | stap 4 |
| `frontend/package.json` | versie gelijkgetrokken met de root `package.json` | vóór de build |
| `README.md` | de `versie-x.x.x`-badge bovenaan | vóór de build |
| `package.json` (root) | versie → `x.x.(x+1)-dev` voor de volgende cyclus | **ná** het publiceren |
Beide gebeuren vóór de build, en een `-DryRun` meldt ze zonder te schrijven. Ze
blijven na een echte release als wijziging in je working tree staan; neem ze mee
in de volgende commit.
Een `-DryRun` meldt alle vier zonder te schrijven. Ze blijven na een echte
release als wijziging in je working tree staan; neem ze mee in de volgende
commit.
> **De changelog-kop moet exact `## [x.x.x]` zijn.** `release.ps1` zoekt die kop
> om de release-notes te vullen. Staat je werk nog onder `## [Niet vrijgegeven]`,
> dan vindt het script niets en valt het terug op de tekst `"Release x.x.x"` —
> dan staat er geen inhoudelijke release-notes in Gitea en ziet een gebruiker in
> het belletje een placeholder. Dat overkwam 0.1.9. Achteraf repareren kan met
> een `PATCH` op `/repos/<org>/<repo>/releases/<id>`, maar vóór de release
> omzetten is een stuk minder werk.
De laatste staat bewust ná het publiceren: breekt de release eerder af, dan
schuift het versienummer niet vooruit. Bijeffect dat je moet kennen — na een
geslaagde release staat er een `-dev` nummer in `package.json`, en de controle
bovenin het script weigert een `-dev` versie. Dat sluit een dubbele publicatie
uit, maar wil je dezelfde versie bewust opnieuw releasen (bijvoorbeeld omdat een
tag is verdwenen), zet het nummer dan eerst zelf terug naar `x.x.x`.
> **Zonder changelog-sectie breekt het script af.** De release-notes komen uit de
> sectie `## [x.x.x]` in `Changelog.md`. Vond het script daar niets, dan
> publiceerde het stil de tekst `"Release x.x.x"` — dat gebeurde bij 0.1.9 en
> 1.0.2. Nu zet het de kop `## [Niet vrijgegeven]` zelf om, en als er ook dán
> niets over deze versie in staat, stopt het vóór de build met de melding wat je
> moet toevoegen. Wil je bewust zonder notes publiceren, gebruik `-NoChangelog`.
>
> De controle staat vóór de drie auto-updates hierboven, zodat een afgebroken
> release geen gewijzigde bestanden achterlaat. Is een release toch al gepubliceerd
> met de placeholder, dan repareer je dat met een `PATCH` op
> `/repos/<org>/<repo>/releases/<id>` met de juiste `body`.
### `.env.release` — token niet elke sessie opnieuw zetten
Staat er een `.env.release` naast `release.ps1`, dan leest het script die in
voordat er iets gebeurt, en hoeft stap 3 niet meer met de hand:
```
```ini
# .env.release — staat in .gitignore, hoort alleen op de release-machine
GITEA_TOKEN=<vibefinance-workstation>
REGISTRY_USER=<gitea-gebruiker>
REGISTRY_TOKEN=<vibefinance-workstation>
```
Beide tokenvariabelen krijgen hetzelfde token; zie [Tokens](#tokens) voor waarom
dat op deze machine één token mag zijn, en voor wat een 401, 403 of 404 van Gitea
betekent.
`REGISTRY_TOKEN` hoeft er niet in: beide scripts vallen bij een ontbrekende
`REGISTRY_TOKEN` terug op `GITEA_TOKEN`. Zie [Tokens](#tokens) voor de scopes en
voor wat een 401, 403 of 404 van Gitea betekent.
Een variabele die al in je shell staat wint, zodat je per run kunt afwijken zonder
het bestand aan te passen. Het script logt alleen welke namen het heeft geladen,
@@ -249,7 +299,12 @@ docker compose pull && docker compose up -d
docker compose down -v && docker compose up -d
```
Pullen vereist een registry-login op die host — zie
Draai dit in de map met `docker-compose.yml` en `.env`. `docker compose` zoekt
dat bestand namelijk in de huidige map en kijkt niet omhoog; staat het er niet,
dan is het antwoord `no configuration file provided: not found`. Met
`docker compose -f /pad/naar/docker-compose.yml` kun je het expliciet meegeven.
Pullen zelf werkt anoniem zolang de organisatie public is — zie
[Pullen op een deploy-machine](#pullen-op-een-deploy-machine).
### PostgreSQL versie-upgrade
@@ -419,6 +474,10 @@ Tags:
x.x.x-dev development — specifieke dev versie
```
> Image-tags hebben géén `v`-prefix (`1.0.4`), Git-tags wél (`v1.0.4`). Dat is
> geen inconsistentie maar de conventie aan beide kanten: container-registries
> taggen op het kale nummer, Git-releases met `v`.
Inloggen op de registry:
```bash
@@ -430,8 +489,9 @@ machine — `vibefinance-workstation`, zie [Tokens](#tokens). Zonder login faalt
een push met `401 Unauthorized`; `release.ps1` en `dev.ps1 push` controleren dit
vóór de build en stoppen dan meteen.
Liever niet handmatig inloggen? Zet `REGISTRY_USER` en `REGISTRY_TOKEN` in
`.env.release`, dan logt het script zelf in.
Liever niet handmatig inloggen? Zet `REGISTRY_USER` in `.env.release`, dan logt
het script zelf in met `GITEA_TOKEN` — een aparte `REGISTRY_TOKEN` is alleen
nodig als je daar bewust een ánder token voor wilt gebruiken.
Twee valkuilen: log in op `vibehoogie.duckdns.org` **zonder** `:3000` (dat is een
aparte sleutel in de credential store), en doe het als dezelfde Windows-gebruiker
@@ -489,7 +549,43 @@ dat op het belletje in de topbalk en onder "Over VibeFinance".
Builds met een `-dev` suffix melden nooit (die lopen voor op de laatste release).
Wil je de melding tijdens ontwikkeling toch testen: open de app met `?updatecheck`
in de URL.
in de URL. Let op dat `isNieuwer` alleen bij een écht hoger nummer aanslaat — bij
`1.0.2-dev` naast release `1.0.1` blijft de kaart dus ook met `?updatecheck` leeg.
Zet dan tijdelijk een lagere versie in de root `package.json`.
**Wat de melding toont**
Alleen de kop, de versieregel en een link:
```
🔔 Nieuwe versie beschikbaar
v1.0.1 is uitgebracht. Je gebruikt momenteel v1.0.0.
Release bekijken →
```
De release-notes staan er bewust **niet** in. `/api/update-check` stuurt ze wel
mee als `notes`, maar dat is de ruwe Markdown uit de changelog; in een kaart van
280px leverde dat zichtbare `### `-koppen en afgekapte regels op. Wie de details
wil, volgt de link. Het veld blijft in de API zitten voor het geval je ze ooit
ergens met meer ruimte wilt tonen — dan is Markdown renderen de volgende stap.
**De release-link hangt aan Gitea's `ROOT_URL`**
De `url` in het antwoord is de `html_url` van de release, en die stelt Gitea bij
elk verzoek samen uit `ROOT_URL` in `app.ini` — hij wordt *niet* per release
opgeslagen. Staat `ROOT_URL` op een intern adres, dan wijst "Release bekijken"
naar iets dat buiten je netwerk niet bestaat, terwijl de melding zelf gewoon
werkt (die leest alleen het versienummer).
Nakijken welke waarde Gitea daadwerkelijk gebruikt — de `issuer` is `ROOT_URL`:
```bash
curl -s https://vibehoogie.duckdns.org/.well-known/openid-configuration | grep issuer
```
`app.ini` wordt alleen bij het opstarten gelezen, dus na een wijziging moet Gitea
herstarten. Omdat de URL wordt samengesteld en niet bewaard, zijn daarna álle
releases in één keer goed — ook de oude. Een `PATCH` per release is niet nodig.
**Configuratie**
+75
View File
@@ -2,6 +2,76 @@
## [Niet vrijgegeven]
### Gewijzigd
- Git-tags krijgen weer een `v`-prefix (`v1.0.4`), net als t/m `v1.0.0`. Sinds
1.0.1 was dat `1.0.1`, `1.0.2`, `1.0.3` — en omdat Gitea de tag op de
release-pagina toont, stond daar het kale nummer terwijl de release-naam wél
`v1.0.3` was. De image-tags in de registry houden bewust géén `v`; dat is de
conventie voor container-tags. De update-check verdraagt beide: backend en
frontend strippen een leidende `v` voordat ze versies vergelijken
### Opgelost
- Het omzetten van de changelog-kop slokte de lege regel eronder op, waardoor
`## [x.x.x] - datum` direct tegen `### Toegevoegd` aan kwam te staan. Oorzaak
was `\s*$` in het zoekpatroon: `\s` matcht ook newlines. Het patroon eindigt nu
op `[ \t]*(?=\r?$)` — een lookahead, want dit bestand heeft CRLF en met alleen
`[ \t]*$` matchte de kop helemaal niet meer (de `\r` zit ertussen). Zo blijft
de match binnen één regel én blijft het regeleinde ongemoeid
## [1.0.3] - 2026-09-10
### Toegevoegd
- `release.ps1` zet de changelog-kop `## [Niet vrijgegeven]` nu zelf om naar
`## [x.x.x] - datum`, net zoals het al deed met `frontend/package.json` en de
README-badge. Handmatig omzetten hoeft dus niet meer
- Staat er ook na die omzetting niets over deze versie in `Changelog.md`, dan
breekt het script af **vóór** de build met de melding wat je moet toevoegen.
Eerder viel het stil terug op de tekst `"Release x.x.x"` en meldde het
"Gepubliceerd" — dat overkwam 0.1.9 en 1.0.2, en is achteraf alleen met een
`PATCH` op de release te herstellen. Nieuwe switch `-NoChangelog` om bewust
zonder release-notes te publiceren
- `release.ps1` zet na een geslaagde release de versie in de root
`package.json` op `x.x.(x+1)-dev`. Dat was voorheen de laatste handmatige stap
van de release-workflow. Het staat bewust ná het publiceren, zodat een
afgebroken release het nummer niet vooruit schuift
### Opgelost
- **`-DryRun` in combinatie met `-Force` verwijderde écht de Git-tag.** De twee
commando's in stap 4 (`git tag -d` en `git push origin :refs/tags/x.x.x`)
liepen niet via `Invoke-Cmd` en hadden dus geen droogloop-controle. Gitea
ruimt de release op zodra de tag verdwijnt, dus een droogloop kon een
gepubliceerde release wissen — zo is de release van 1.0.2 verloren gegaan en
opnieuw aangemaakt. Onder `-DryRun` worden beide nu alleen gemeld
### Gewijzigd
- De changelog-controle staat vóór de drie auto-updates, zodat een afgebroken
release geen gewijzigde bestanden achterlaat terwijl hij "er is niets
gepubliceerd" meldt
- Stap 5 leest de release-notes uit het geheugen in plaats van opnieuw van
schijf. Een droogloop schrijft de kop niet, en toonde daardoor de placeholder
in de payload — precies wat je met een droogloop wilt uitsluiten
- De Quick Start in `README.md` begint nu met het ophalen van
`docker-compose.yml` (clone, of alleen die twee bestanden via `raw`). Zonder
dat bestand antwoordt `docker compose pull` met `no configuration file
provided: not found`, en die stap ontbrak. Beide foutmeldingen staan er nu bij
met hun oorzaak
## [1.0.2] - 2026-09-10
### Gewijzigd
- De update-melding op het belletje toont alleen nog de kop, de versieregel en de
link naar de release. De release-notes stonden er als ruwe Markdown in — in een
kaart van 280px leverde dat zichtbare `### `-koppen en afgekapte regels op.
`/api/update-check` stuurt `notes` nog wel mee, zodat ze later ergens met meer
ruimte gebruikt kunnen worden
- `BEHEER.md` legt vast dat de release-link uit Gitea's `ROOT_URL` wordt
samengesteld en niet per release wordt opgeslagen: na een `ROOT_URL`-wijziging
plus herstart zijn álle releases in één keer goed, ook de oude. Verder staat er
nu hoe je aan het verschil tussen `401` en `403` ziet of een token nog leeft, en
hoe je anoniem over https fetcht als SSH niet meedoet
## [1.0.1] - 2026-09-10
### Toegevoegd
- Kolommen in de tabellen op Eigen Vermogen ("Geïnvesteerde Fiat") en Voortgang
zijn versleepbaar: pak de rechterrand van een kolomkop. De breedtes gaan per
@@ -17,6 +87,11 @@
ondersteunt hem nog als vangnet voor het geval de organisatie weer privé
wordt. Schrijven verandert niet: `docker push` en het aanmaken van een release
hebben nog steeds het werkstation-token nodig
- Het tweetoken-model in `BEHEER.md` is teruggebracht tot **één** Gitea-token op
het werkstation, met `write:package` en `write:repository`. Het host-token is
niet meer nodig (pull en update-check zijn anoniem), `git push` gaat over SSH,
en `REGISTRY_TOKEN` hoeft niet apart: `release.ps1` en `dev.ps1` vielen daar al
terug op `GITEA_TOKEN`. Geen code-wijziging, alleen minder te beheren
- De tabellen op Eigen Vermogen en Voortgang staan op `table-layout: fixed`,
nodig om ingestelde kolombreedtes te respecteren. Gevolg: lange tekst rekt een
kolom niet meer op maar wordt afgekapt met een ellips. De Opmerkingen-cellen
+45 -11
View File
@@ -10,7 +10,7 @@ Eigen vermogen · Schulden · Voortgang · Gebruikersbeheer
![Node.js](https://img.shields.io/badge/Node.js_22-339933?style=flat&logo=node.js&logoColor=white)
![PostgreSQL](https://img.shields.io/badge/PostgreSQL_18-4169E1?style=flat&logo=postgresql&logoColor=white)
![Docker](https://img.shields.io/badge/Docker_Compose-2496ED?style=flat&logo=docker&logoColor=white)
![Version](https://img.shields.io/badge/versie-1.0.0-8b5cf6?style=flat)
![Version](https://img.shields.io/badge/versie-1.0.3-8b5cf6?style=flat)
![Built with Claude](https://img.shields.io/badge/Gebouwd_met-Claude.ai-8b5cf6?style=flat&logo=anthropic&logoColor=white)
<img src="docs/screenshot-dashboard.png" alt="VibeFinance dashboard" width="820">
@@ -32,7 +32,25 @@ Deze applicatie is volledig ontworpen en ontwikkeld met behulp van [Claude.ai](h
De app draait in **2 containers**: `app` (Express API + gebouwde frontend) en
`postgres` (database).
**`.env`** — kopieer `.env.example` en vul in:
**1. De bestanden op de server zetten.** `docker compose` leest
`docker-compose.yml` uit de map waarin je het commando draait, dus dat bestand
moet er eerst staan. De organisatie in Gitea is publiek, dus dit kan anoniem:
```bash
git clone https://vibehoogie.duckdns.org/Vibe/VibeFinance.git
cd VibeFinance
```
Wil je de repo niet op je server, dan zijn deze twee bestanden genoeg:
```bash
mkdir -p vibefinance && cd vibefinance
base=https://vibehoogie.duckdns.org/Vibe/VibeFinance/raw/branch/main
curl -fsSLO $base/docker-compose.yml
curl -fsSL $base/.env.example -o .env.example
```
**2. `.env` aanmaken** — kopieer `.env.example` en vul in:
```env
POSTGRES_USER=vibefinance
@@ -46,19 +64,25 @@ APP_PORT=3400
openssl rand -hex 64
```
**3. Starten:**
```bash
cp .env.example .env # en vul de waarden in
docker compose pull && docker compose up -d
```
De `Vibe`-organisatie in Gitea is publiek, dus een pull werkt anoniem — geen
`docker login` nodig. Krijg je toch `401 Unauthorized` of "pull access denied",
dan staat de organisatie weer op privé:
Twee foutmeldingen en wat ze betekenen:
```bash
docker login vibehoogie.duckdns.org # wachtwoord = Gitea-token met read:package
```
- **`no configuration file provided: not found`** — je staat in een map zonder
`docker-compose.yml`. Controleer met `ls docker-compose.yml`, of geef het
bestand expliciet mee: `docker compose -f /pad/naar/docker-compose.yml up -d`.
- **`401 Unauthorized`** of **"pull access denied"** — de organisatie staat niet
meer op publiek. Dan alsnog inloggen:
```bash
docker login vibehoogie.duckdns.org # wachtwoord = Gitea-token met read:package
```
Navigeer naar `http://<server-ip>:3400` en registreer je account. De **eerste** geregistreerde gebruiker krijgt automatisch de Admin-rol.
@@ -121,13 +145,21 @@ backend/package.json (15 dependencies)
```powershell
# token: staat in .env.release, of eenmalig in de shell
$env:GITEA_TOKEN = "<token met write:repository>"
# één Gitea-token met write:package (push) én write:repository (release)
$env:GITEA_TOKEN = "<token met write:package + write:repository>"
.\release.ps1
```
Draait de tests, bouwt het app-image voor `amd64` + `arm64` (Raspberry Pi),
pusht naar de registry, zet de Git-tag en publiceert de Gitea-release.
Het script regelt ook het bijwerken eromheen: de changelog-kop
`## [Niet vrijgegeven]` wordt `## [x.x.x] - datum`, de versie in
`frontend/package.json` en de badge hierboven gaan mee, en ná het publiceren
zet het de root `package.json` op `x.x.(x+1)-dev` voor de volgende cyclus.
Beschrijft de changelog niets over deze versie, dan stopt het script vóór de
build — anders zou de release met een placeholder als notes online komen.
---
## 🗂️ Functionaliteit
@@ -170,6 +202,7 @@ vibefinance/
│ ├── vite.config.js # /api proxy naar de API in dezelfde container
│ └── src/
│ ├── App.jsx # Root – wiring + idle-logout
│ ├── App.css # Reset + losse klassen (o.a. .kolom-grip)
│ ├── main.jsx
│ ├── version.js # Draaiende versie (__APP_VERSION__ uit de build)
│ ├── constants/ # Kleuren, tabs, begindata
@@ -298,8 +331,9 @@ Het schema wordt bij het starten van de app aangemaakt/bijgewerkt via
## 🛠️ Beheer
Zie `BEHEER.md` voor commando's voor lokale ontwikkeling, releases, logs en
database-toegang — en voor de sectie **Tokens**: welk Gitea-token op welke
machine hoort, met welke scopes, en wat een 401, 403 of 404 van Gitea betekent.
database-toegang — en voor de sectie **Tokens**: waarom één Gitea-token op het
werkstation genoeg is, welke scopes het nodig heeft, en wat een 401, 403 of 404
van Gitea betekent.
---
+1 -1
View File
@@ -1,6 +1,6 @@
{
"name": "vibefinance-frontend",
"version": "1.0.1-dev",
"version": "1.0.3",
"private": true,
"type": "module",
"scripts": {
+4 -8
View File
@@ -209,14 +209,10 @@ function AppInner() {
<div style={{ fontSize: 12, color: T.muted, lineHeight: 1.5 }}>
v{nieuweVersie.latest} is uitgebracht. Je gebruikt momenteel v{version}.
</div>
{nieuweVersie.notes && (
<div style={{
fontSize: 11, color: T.subtext, marginTop: 6, lineHeight: 1.5,
maxHeight: 130, overflowY: "auto", whiteSpace: "pre-wrap",
}}>
{nieuweVersie.notes}
</div>
)}
{/* De release-notes zelf staan hier niet: dat is Markdown
uit de changelog, en die kwam als ruwe `### `-koppen in
een smalle kolom te staan. Wie de details wil, volgt de
link naar de release. */}
{nieuweVersie.url && (
<a href={nieuweVersie.url} target="_blank" rel="noreferrer" style={{
display: "inline-block", marginTop: 8,
+1 -1
View File
@@ -1,6 +1,6 @@
{
"name": "vibefinance",
"version": "1.0.1",
"version": "1.0.4",
"description": "VibeFinance — persoonlijk vermogensbeheer",
"private": true,
"repository": "https://vibehoogie.duckdns.org/vibe/VibeFinance",
+178 -52
View File
@@ -9,6 +9,16 @@
# .\release.ps1 -SkipTests # sla de testsuite over (niet aanbevolen)
# .\release.ps1 -DryRun # toon alle commando's zonder iets uit te voeren
# .\release.ps1 -Force # sla conflictcontrole over, overschrijf tags
# .\release.ps1 -NoChangelog # publiceer bewust zonder release-notes
#
# Het script werkt zelf vier dingen bij, dus die hoef je niet met de hand te
# doen: de changelog-kop `## [Niet vrijgegeven]` -> `## [x.x.x] - datum`, de
# versie in frontend/package.json, de versiebadge in README.md, en ná het
# publiceren de versie in de root package.json -> `x.x.(x+1)-dev`.
#
# LET OP bij -Force: dat verwijdert de bestaande tag lokaal en op origin, en
# Gitea gooit de bijbehorende release daarmee weg. Onder -DryRun wordt dat
# alleen gemeld (dat was eerder niet zo — zie stap 4).
#
# Vereisten:
# - Docker Desktop actief
@@ -16,6 +26,9 @@
# - docker buildx builder actief: docker buildx create --use
# - Git geinstalleerd en working directory is de repo root
# - root package.json bevat een schoon versienummer ZONDER -dev suffix
# - Changelog.md beschrijft deze versie, onder `## [Niet vrijgegeven]` of
# onder een kop `## [x.x.x]`; anders breekt het script af (-NoChangelog
# omzeilt dat)
# - GITEA_TOKEN in de omgeving (token met release-rechten) voor stap 5,
# de Gitea-release waar de update-melding in de app op afgaat
@@ -23,7 +36,10 @@ param(
[switch]$NoBuild,
[switch]$SkipTests,
[switch]$DryRun,
[switch]$Force
[switch]$Force,
# Releasen zonder inhoudelijke release-notes. Zonder deze switch breekt het
# script af wanneer de changelog niets over deze versie zegt.
[switch]$NoChangelog
)
$ErrorActionPreference = "Stop"
@@ -75,42 +91,13 @@ if ($appVersion -match "-dev$") {
exit 1
}
# ── Versie synchroniseren naar frontend/package.json ──────────────────────
# Een droogloop schrijft hier niet: anders laat -DryRun een gewijzigd bestand
# achter, en tagt de echte release daarna een vervuilde working tree.
$frontendPkgPath = Join-Path $PSScriptRoot "frontend/package.json"
$frontendPkg = Get-Content $frontendPkgPath -Raw | ConvertFrom-Json
if ($frontendPkg.version -ne $appVersion) {
if ($DryRun) {
Write-Host "[DRY-RUN] Versie naar frontend synchroniseren: $($frontendPkg.version) -> $appVersion" -ForegroundColor Yellow
} else {
$frontendPkg.version = $appVersion
[System.IO.File]::WriteAllText($frontendPkgPath, ($frontendPkg | ConvertTo-Json -Depth 10))
Write-Host "Versie gesynchroniseerd naar frontend: $appVersion" -ForegroundColor Green
}
}
# ── Versiebadge in README.md ──────────────────────────────────────────────
# Anders loopt die badge stil achter: hij stond drie releases achter voordat
# dit erin zat, en het script kent het nummer toch al. Zelfde regel als
# hierboven: een droogloop meldt het, maar schrijft niet.
$readmePath = Join-Path $PSScriptRoot "README.md"
if (Test-Path $readmePath) {
$readme = [System.IO.File]::ReadAllText($readmePath)
$patroon = "badge/versie-[^-]+-"
$nieuw = "badge/versie-$appVersion-"
$huidig = [regex]::Match($readme, $patroon)
if ($huidig.Success -and $huidig.Value -ne $nieuw) {
if ($DryRun) {
Write-Host "[DRY-RUN] Versiebadge in README.md: $($huidig.Value) -> $nieuw" -ForegroundColor Yellow
} else {
[System.IO.File]::WriteAllText($readmePath, ($readme -replace $patroon, $nieuw))
Write-Host "Versiebadge in README.md bijgewerkt: $appVersion" -ForegroundColor Green
}
}
}
$gitTag = "$appVersion"
# Git-tag met `v`-prefix, net als de release-naam hieronder en net als de tags
# t/m v1.0.0. Gitea toont de tag op de release-pagina, dus zonder prefix stond
# daar het kale nummer. De image-tags in de registry houden bewust géén `v`:
# dat is de conventie voor container-tags.
# De update-check verdraagt beide: zowel backend/src/routes/update.js als
# useUpdateCheck.js strippen een leidende `v` voordat ze versies vergelijken.
$gitTag = "v$appVersion"
# ── Registry tags (één image voor frontend + backend) ─────────────────────
$appBase = "$registry/$appImage"
@@ -151,12 +138,13 @@ function Write-Step {
Write-Host "── $Label" -ForegroundColor Cyan
}
# Haalt de sectie van deze versie uit Changelog.md als release-notes.
function Get-ChangelogSection {
param([string]$Version)
$path = Join-Path $PSScriptRoot "Changelog.md"
if (-not (Test-Path $path)) { return "" }
$lines = Get-Content $path
# Haalt de sectie van deze versie uit changelog-tekst. Werkt op een string en
# niet op het bestand, zodat een droogloop kan valideren tegen de kop die hij
# zou schrijven zonder die daadwerkelijk te schrijven.
function Get-ChangelogSectionFromText {
param([string]$Text, [string]$Version)
if (-not $Text) { return "" }
$lines = $Text -split "\r?\n"
$start = -1
$needle = "^##\s*\[" + [regex]::Escape($Version) + "\]"
for ($i = 0; $i -lt $lines.Count; $i++) {
@@ -172,6 +160,99 @@ function Get-ChangelogSection {
return (($out -join "`n").Trim())
}
# ── Changelog-kop vrijgeven ───────────────────────────────────────────────
# De release-notes komen uit de sectie `## [x.x.x]` in Changelog.md. Stond het
# werk nog onder `## [Niet vrijgegeven]`, dan vond het script niets en werd stil
# de placeholder "Release x.x.x" gepubliceerd — dat gebeurde bij 0.1.9 en 1.0.2,
# en is achteraf alleen met een PATCH op de release te herstellen. Daarom zet het
# script de kop nu zelf om, en breekt het af als er niets te melden valt.
# Zelfde regel als bij de andere auto-updates: een droogloop meldt, maar schrijft
# niet.
$changelogPath = Join-Path $PSScriptRoot "Changelog.md"
$nieuweKop = "## [$appVersion] - $(Get-Date -Format 'yyyy-MM-dd')"
$changelogTxt = if (Test-Path $changelogPath) { [System.IO.File]::ReadAllText($changelogPath) } else { "" }
$kopPatroon = "(?m)^##\s*\[" + [regex]::Escape($appVersion) + "\]"
# Niet `\s*$`: `\s` matcht ook newlines, en dan slokt de match de lege regel ná
# de kop op — die verdween daardoor bij het omzetten. En niet `[ \t]*$` alleen:
# dit bestand heeft CRLF (zie .gitattributes), dus `$` staat achter een `\r` die
# geen space of tab is. De lookahead laat het regeleinde buiten de match, zodat
# de CRLF intact blijft.
$onderwegPatroon = "(?m)^##[ \t]*\[[ \t]*Niet vrijgegeven[ \t]*\][ \t]*(?=\r?$)"
# Eerst alleen in het geheugen omzetten. Schrijven gebeurt na de controle
# hieronder: bij een lege `[Niet vrijgegeven]`-sectie zou de kop anders al
# vervangen zijn terwijl het script daarna afbreekt, en dan blijft er een
# aangepaste changelog achter bij een release die niet doorging.
$kopOmzetten = ($changelogTxt -notmatch $kopPatroon -and $changelogTxt -match $onderwegPatroon)
if ($kopOmzetten) {
# $nieuweKop bevat geen '$', dus veilig als vervangingstekst.
$changelogTxt = [regex]::Replace($changelogTxt, $onderwegPatroon, $nieuweKop)
}
if (-not (Get-ChangelogSectionFromText $changelogTxt $appVersion) -and -not $NoChangelog) {
Write-Host ""
Write-Host "Changelog.md zegt niets over $appVersion." -ForegroundColor Red
Write-Host ""
Write-Host "Zonder notes komt er alleen de tekst 'Release $appVersion' in de Gitea-release," -ForegroundColor Yellow
Write-Host "en dat is achteraf alleen met een PATCH op de release te herstellen." -ForegroundColor Yellow
Write-Host ""
Write-Host "Zet je wijzigingen in Changelog.md onder een kop:" -ForegroundColor White
Write-Host " ## [Niet vrijgegeven]" -ForegroundColor White
Write-Host "Die zet dit script bij de volgende run zelf om naar '$nieuweKop'." -ForegroundColor White
Write-Host ""
Write-Host "Bewust zonder release-notes publiceren? Draai met -NoChangelog." -ForegroundColor DarkGray
Write-Host ""
Write-Host "Er is niets gepubliceerd." -ForegroundColor DarkGray
exit 1
}
# De controle is doorstaan, dus nu pas schrijven.
if ($kopOmzetten) {
if ($DryRun) {
Write-Host "[DRY-RUN] Changelog-kop vrijgeven: '## [Niet vrijgegeven]' -> '$nieuweKop'" -ForegroundColor Yellow
} else {
[System.IO.File]::WriteAllText($changelogPath, $changelogTxt)
Write-Host "Changelog-kop vrijgegeven: $nieuweKop" -ForegroundColor Green
}
}
# ── Versie synchroniseren naar frontend/package.json ──────────────────────
# Staat na de changelog-controle: anders laat een afgebroken release wél een
# gewijzigde working tree achter terwijl hij "niets gepubliceerd" meldt.
# Een droogloop schrijft hier niet, om dezelfde reden.
$frontendPkgPath = Join-Path $PSScriptRoot "frontend/package.json"
$frontendPkg = Get-Content $frontendPkgPath -Raw | ConvertFrom-Json
if ($frontendPkg.version -ne $appVersion) {
if ($DryRun) {
Write-Host "[DRY-RUN] Versie naar frontend synchroniseren: $($frontendPkg.version) -> $appVersion" -ForegroundColor Yellow
} else {
$frontendPkg.version = $appVersion
[System.IO.File]::WriteAllText($frontendPkgPath, ($frontendPkg | ConvertTo-Json -Depth 10))
Write-Host "Versie gesynchroniseerd naar frontend: $appVersion" -ForegroundColor Green
}
}
# ── Versiebadge in README.md ──────────────────────────────────────────────
# Anders loopt die badge stil achter: hij stond drie releases achter voordat
# dit erin zat, en het script kent het nummer toch al. Zelfde regel als
# hierboven: een droogloop meldt het, maar schrijft niet.
$readmePath = Join-Path $PSScriptRoot "README.md"
if (Test-Path $readmePath) {
$readme = [System.IO.File]::ReadAllText($readmePath)
$patroon = "badge/versie-[^-]+-"
$nieuw = "badge/versie-$appVersion-"
$huidig = [regex]::Match($readme, $patroon)
if ($huidig.Success -and $huidig.Value -ne $nieuw) {
if ($DryRun) {
Write-Host "[DRY-RUN] Versiebadge in README.md: $($huidig.Value) -> $nieuw" -ForegroundColor Yellow
} else {
[System.IO.File]::WriteAllText($readmePath, ($readme -replace $patroon, $nieuw))
Write-Host "Versiebadge in README.md bijgewerkt: $appVersion" -ForegroundColor Green
}
}
}
# ── Samenvatting ───────────────────────────────────────────────────────────
Write-Host ""
Write-Host "════════════════════════════════════════" -ForegroundColor Cyan
@@ -365,14 +446,24 @@ if (-not $NoBuild) {
Write-Step "[4/5] Git-tag aanmaken en pushen"
if ($Force) {
Write-Host "Bestaande lokale tag verwijderen (indien aanwezig)..." -ForegroundColor Yellow
$ErrorActionPreference = "SilentlyContinue"
git tag -d $gitTag 2>$null | Out-Null
$ErrorActionPreference = "Stop"
Write-Host "Bestaande remote tag verwijderen (indien aanwezig)..." -ForegroundColor Yellow
$ErrorActionPreference = "SilentlyContinue"
git push origin ":refs/tags/$gitTag" 2>$null | Out-Null
$ErrorActionPreference = "Stop"
# LET OP: deze twee commando's gingen niet via Invoke-Cmd en hadden dus geen
# -DryRun-controle. Een `-DryRun -Force` verwijderde daardoor écht de tag,
# lokaal en op origin — en Gitea ruimt de release op zodra de tag verdwijnt.
# Zo is de release van 1.0.2 verloren gegaan.
if ($DryRun) {
Write-Host "[DRY-RUN] git tag -d $gitTag" -ForegroundColor Yellow
Write-Host "[DRY-RUN] git push origin :refs/tags/$gitTag" -ForegroundColor Yellow
} else {
Write-Host "Bestaande lokale tag verwijderen (indien aanwezig)..." -ForegroundColor Yellow
$ErrorActionPreference = "SilentlyContinue"
git tag -d $gitTag 2>$null | Out-Null
$ErrorActionPreference = "Stop"
Write-Host "Bestaande remote tag verwijderen (indien aanwezig)..." -ForegroundColor Yellow
Write-Host " Gitea verwijdert de bijbehorende release mee." -ForegroundColor DarkGray
$ErrorActionPreference = "SilentlyContinue"
git push origin ":refs/tags/$gitTag" 2>$null | Out-Null
$ErrorActionPreference = "Stop"
}
}
Write-Host "Git-tag aanmaken: $gitTag" -ForegroundColor White
@@ -405,7 +496,10 @@ if (-not $releaseApi) {
Write-Host "Geen GITEA_TOKEN in de omgeving — release overgeslagen." -ForegroundColor Yellow
Write-Host " Zonder release ziet de app geen update-melding voor $appVersion." -ForegroundColor DarkGray
} else {
$notes = Get-ChangelogSection $appVersion
# Uit $changelogTxt en niet opnieuw van schijf: in een droogloop is de kop
# nog niet geschreven, en dan zou de payload hier de placeholder tonen —
# precies wat je met een droogloop wilt uitsluiten.
$notes = Get-ChangelogSectionFromText $changelogTxt $appVersion
if (-not $notes) { $notes = "Release $appVersion" }
$payload = @{
tag_name = $gitTag
@@ -451,6 +545,38 @@ Write-Host " Git-tag: $gitTag -> origin" -ForegroundColor Green
Write-Host "════════════════════════════════════════" -ForegroundColor Cyan
Write-Host ""
# ── Versie naar de volgende dev-cyclus ────────────────────────────────────
# Was voorheen stap 4 met de hand. Gebeurt hier, ná het publiceren, zodat een
# afgebroken release het versienummer niet vooruit zet. Bijkomend voordeel: de
# `-dev` suffix laat dezelfde release niet nog eens draaien (de controle boven
# in dit script weigert een `-dev` versie), dus een dubbele publicatie is
# meteen uitgesloten. Wil je bewust opnieuw releasen, zet het nummer dan zelf
# terug.
if ($appVersion -match '^(\d+)\.(\d+)\.(\d+)$') {
$volgende = "{0}.{1}.{2}-dev" -f $Matches[1], $Matches[2], ([int]$Matches[3] + 1)
$rootPkgPath = Join-Path $PSScriptRoot "package.json"
if ($DryRun) {
Write-Host "[DRY-RUN] Versie in package.json: $appVersion -> $volgende" -ForegroundColor Yellow
} else {
# Gerichte tekstvervanging in plaats van ConvertTo-Json: dat zou het hele
# bestand herschrijven en de opmaak van de andere velden aantasten.
$rootTxt = [System.IO.File]::ReadAllText($rootPkgPath)
$treffer = [regex]::Match($rootTxt, '"version"\s*:\s*"' + [regex]::Escape($appVersion) + '"')
if ($treffer.Success) {
$rootTxt = $rootTxt.Remove($treffer.Index, $treffer.Length).Insert($treffer.Index, '"version": "' + $volgende + '"')
[System.IO.File]::WriteAllText($rootPkgPath, $rootTxt)
Write-Host "Versie in package.json naar de volgende cyclus: $volgende" -ForegroundColor Green
Write-Host " Commit dit mee, samen met de changelog-kop en de README-badge." -ForegroundColor DarkGray
Write-Host ""
} else {
Write-Host "Kon '$appVersion' niet terugvinden in package.json — versie niet bijgewerkt." -ForegroundColor Yellow
}
}
} else {
Write-Host "Versie '$appVersion' is geen x.y.z — volgende dev-versie niet automatisch gezet." -ForegroundColor Yellow
}
# Expliciete 0: anders erft de caller de exitcode van het laatste
# docker-commando (bijv. de registry-check).
exit 0
+1
View File
@@ -9,6 +9,7 @@
# ./release.sh -SkipTests # sla de testsuite over (niet aanbevolen)
# ./release.sh -DryRun # toon alle commando's zonder iets uit te voeren
# ./release.sh -Force # sla conflictcontrole over, overschrijf tags
# ./release.sh -NoChangelog # publiceer bewust zonder release-notes
#
# Combinaties:
# ./release.sh -Force -NoBuild