5 Commits
Author SHA1 Message Date
Jordy Hoogeveen b4d1e25e50 dashboard update 2026-09-11 15:20:09 +02:00
Jordy Hoogeveen e315039c35 bugfix 2026-09-11 14:05:55 +02:00
Jordy Hoogeveen 0d41c0af0b bugfix 2026-09-10 21:33:44 +02:00
Jordy Hoogeveen 04e70208bd bugfix 2026-09-10 16:51:06 +02:00
Jordy Hoogeveen ceff734793 bugfix 2026-09-10 16:24:30 +02:00
9 changed files with 534 additions and 115 deletions
+77 -29
View File
@@ -218,16 +218,18 @@ in, dan valt de push in stap 3 om. Loopt dat toch mis, dan is
```powershell
# 1. Versienummer in package.json van "x.x.x-dev" naar "x.x.x"
# 2. Changelog.md: kop van "Niet vrijgegeven" naar "[x.x.x] - datum"
# 2. Wijzigingen in Changelog.md onder de kop "## [Niet vrijgegeven]"
# (de kop zelf omzetten hoeft niet — dat doet het script)
# 3. Token staat in .env.release (zie Tokens) — of eenmalig in de shell:
$env:GITEA_TOKEN = "<vibefinance-workstation>"
.\release.ps1 # test, bouw (amd64+arm64), push, tag, Gitea-release
.\release.ps1 -DryRun # droogloop — toont alle stappen zonder uit te voeren
.\release.ps1 -NoBuild # sla docker build over, alleen tag + release
.\release.ps1 -SkipTests # sla de testsuite over (niet aanbevolen)
.\release.ps1 # test, bouw (amd64+arm64), push, tag, Gitea-release
.\release.ps1 -DryRun # droogloop — toont alle stappen zonder uit te voeren
.\release.ps1 -NoBuild # sla docker build over, alleen tag + release
.\release.ps1 -SkipTests # sla de testsuite over (niet aanbevolen)
.\release.ps1 -NoChangelog # publiceer bewust zonder release-notes
# 4. Versienummer in package.json naar "x.x.(x+1)-dev" voor volgende cyclus
# Klaar. Het versienummer voor de volgende cyclus zet het script zelf.
```
Het script bouwt één image voor `linux/amd64` en `linux/arm64`, zodat dezelfde
@@ -235,22 +237,38 @@ tag op een Raspberry Pi en op een x86-server werkt.
**Wat het script zelf bijwerkt** — met de hand aanpassen is dus dubbel werk:
| Bestand | Wat |
|---|---|
| `frontend/package.json` | versie gelijkgetrokken met de root `package.json` |
| `README.md` | de `versie-x.x.x`-badge bovenaan |
| Bestand | Wat | Wanneer |
|---|---|---|
| `Changelog.md` | kop `## [Niet vrijgegeven]` → `## [x.x.x] - datum` | vóór de build |
| Git-tag | `vx.x.x` op `HEAD`, gepusht naar origin | stap 4 |
| `frontend/package.json` | versie gelijkgetrokken met de root `package.json` | vóór de build |
| `README.md` | de `versie-x.x.x`-badge bovenaan | vóór de build |
| `package.json` (root) | versie → `x.x.(x+1)-dev` voor de volgende cyclus | **ná** het publiceren |
Beide gebeuren vóór de build, en een `-DryRun` meldt ze zonder te schrijven. Ze
blijven na een echte release als wijziging in je working tree staan; neem ze mee
in de volgende commit.
Een `-DryRun` meldt de vier bestandswijzigingen zonder ze te schrijven (de
Git-tag is de uitzondering in die tabel: die hoort bij stap 4, niet bij de
auto-updates). Na een echte release blijven die vier als wijziging in je working
tree staan; neem ze mee in de volgende commit — de tag staat dan op de commit
ervóór, dus de release bevat ze nog niet.
> **De changelog-kop moet exact `## [x.x.x]` zijn.** `release.ps1` zoekt die kop
> om de release-notes te vullen. Staat je werk nog onder `## [Niet vrijgegeven]`,
> dan vindt het script niets en valt het terug op de tekst `"Release x.x.x"` —
> dan staat er geen inhoudelijke release-notes in Gitea en ziet een gebruiker in
> het belletje een placeholder. Dat overkwam 0.1.9. Achteraf repareren kan met
> een `PATCH` op `/repos/<org>/<repo>/releases/<id>`, maar vóór de release
> omzetten is een stuk minder werk.
De laatste staat bewust ná het publiceren: breekt de release eerder af, dan
schuift het versienummer niet vooruit. Bijeffect dat je moet kennen — na een
geslaagde release staat er een `-dev` nummer in `package.json`, en de controle
bovenin het script weigert een `-dev` versie. Dat sluit een dubbele publicatie
uit, maar wil je dezelfde versie bewust opnieuw releasen (bijvoorbeeld omdat een
tag is verdwenen), zet het nummer dan eerst zelf terug naar `x.x.x`.
> **Zonder changelog-sectie breekt het script af.** De release-notes komen uit de
> sectie `## [x.x.x]` in `Changelog.md`. Vond het script daar niets, dan
> publiceerde het stil de tekst `"Release x.x.x"` — dat gebeurde bij 0.1.9 en
> 1.0.2. Nu zet het de kop `## [Niet vrijgegeven]` zelf om, en als er ook dán
> niets over deze versie in staat, stopt het vóór de build met de melding wat je
> moet toevoegen. Wil je bewust zonder notes publiceren, gebruik `-NoChangelog`.
>
> De controle staat vóór de drie auto-updates hierboven, zodat een afgebroken
> release geen gewijzigde bestanden achterlaat. Is een release toch al gepubliceerd
> met de placeholder, dan repareer je dat met een `PATCH` op
> `/repos/<org>/<repo>/releases/<id>` met de juiste `body`.
### `.env.release` — token niet elke sessie opnieuw zetten
@@ -283,7 +301,12 @@ docker compose pull && docker compose up -d
docker compose down -v && docker compose up -d
```
Pullen vereist een registry-login op die host — zie
Draai dit in de map met `docker-compose.yml` en `.env`. `docker compose` zoekt
dat bestand namelijk in de huidige map en kijkt niet omhoog; staat het er niet,
dan is het antwoord `no configuration file provided: not found`. Met
`docker compose -f /pad/naar/docker-compose.yml` kun je het expliciet meegeven.
Pullen zelf werkt anoniem zolang de organisatie public is — zie
[Pullen op een deploy-machine](#pullen-op-een-deploy-machine).
### PostgreSQL versie-upgrade
@@ -312,9 +335,11 @@ De Express-app serveert zowel de API als de gebouwde frontend:
| Verzoek | Wat de app doet |
|---|---|
| `/api/...` | REST API (rate limited) |
| `/assets/...` | statische build uit `STATIC_DIR`, 1 jaar `immutable` gecached |
| al het overige | `index.html` — fallback voor React-routing |
| `/api/...` | REST API (rate limited, `Cache-Control: no-store`) |
| `/assets/...` | gehashte build-bestanden uit `STATIC_DIR`, 1 jaar `immutable` |
| `/favicon.svg`, `/icons/...` | vaste namen, dus `max-age=0, must-revalidate` |
| pad mét extensie zonder bestand | echte 404, niet `index.html` |
| al het overige | `index.html` — fallback voor React-routing, `no-store` |
`STATIC_DIR` staat standaard op `/app/public`; daar zet de `Dockerfile` de
Vite-build neer. Bestaat die map niet (bijv. in dev), dan serveert de app
@@ -360,6 +385,12 @@ De backend slaat alle data op in **PostgreSQL**.
> PostgreSQL 18 gebruikt `PGDATA=/var/lib/postgresql/18/docker`. Het volume is gemount op `/var/lib/postgresql` zodat data bewaard blijft na een container restart.
Daarnaast heeft de app zelf een backup onder **Instellingen**: die schrijft een
ZIP met de data van de *ingelogde* gebruiker (`data.json` + `meta.json`) en leest
zo'n ZIP ook weer in. Handig per gebruiker, maar het is geen servercopie — accounts,
wachtwoordhashes en de data van andere gebruikers zitten er niet in. Voor een
volledige backup gebruik je `pg_dump` hieronder.
**Backup maken:**
```bash
@@ -386,12 +417,25 @@ docker exec -i vibefinance_postgres psql -U vibefinance -d vibefinance < backup-
De eerste geregistreerde gebruiker krijgt automatisch de **Admin**-rol. Verdere accounts kunnen via de app aangemaakt worden (Gebruikersbeheer, Admin vereist) of via de API.
Rollen:
| Rol | Rechten |
### Rollen
De rolkeuze in Gebruikersbeheer biedt drie waarden, maar de backend dwingt er op
dit moment één af:
| Rol | Wat de code ermee doet |
|---|---|
| `Admin` | Alles, inclusief gebruikersbeheer |
| `Bewerker` | Data lezen en bewerken |
| `Viewer` | Alleen lezen |
| `Admin` | Enige rol die wordt gecontroleerd: `requireAdmin` in `middleware/auth.js` bewaakt alle routes onder `/api/users` |
| `Bewerker` | Geen eigen rechten — gelijk aan `Viewer` |
| `Viewer` | Standaardrol voor een nieuw account; mag de eigen data lezen én schrijven |
Dat `Viewer` toch mag schrijven is geen gat in de afscherming: `/api/data` werkt
per gebruiker en gaat altijd over de rij van het eigen token (`req.user.sub`).
Niemand ziet dus data van een ander. Wat ontbreekt is een read-only account —
wil je dat, dan is er een controle op `rol` nodig bij `PUT`/`DELETE /api/data`.
> De "Gebruikers"-knop in de navigatiebalk staat bij iedereen in beeld; bij een
> niet-Admin antwoordt `/api/users` met `403` en blijft de lijst leeg. De
> afscherming zit dus in de API, niet in de navigatie.
---
@@ -453,6 +497,10 @@ Tags:
x.x.x-dev development — specifieke dev versie
```
> Image-tags hebben géén `v`-prefix (`1.0.4`), Git-tags wél (`v1.0.4`). Dat is
> geen inconsistentie maar de conventie aan beide kanten: container-registries
> taggen op het kale nummer, Git-releases met `v`.
Inloggen op de registry:
```bash
+117
View File
@@ -2,6 +2,123 @@
## [Niet vrijgegeven]
### Toegevoegd
- De grafiek "Ontwikkeling van Eigen Vermogen" op het dashboard heeft een tweede
lijn: de **cumulatief geïnvesteerde fiat**. Die is opgebouwd uit dezelfde
gegevens als de KPI's erboven — het oudste voortgangsmoment telt als inleg,
elke latere rij telt zijn stortingen erbij op — zodat het laatste punt van de
lijn exact gelijk is aan "Totaal geïnvesteerde fiat". Het verschil tussen de
twee lijnen is je rendement, en dat staat nu ook in de tooltip: vermogen,
ingelegd en resultaat per datum
- Legenda boven de grafiek, nodig zodra er meer dan één lijn in staat
### Gewijzigd
- De inleglijn wordt met rechte segmenten getekend en niet met de
Catmull-Rom-afronding van de vermogenslijn. Cumulatieve inleg loopt nooit
terug, maar de bezier-afronding trekt tussen twee ongelijke stortingen een
doorbuiging onder het vorige punt — dan zou de grafiek een daling tonen die
in de data niet bestaat
- De y-as schaalt op beide reeksen. Op alleen de vermogenswaarden zou de
inleglijn buiten beeld lopen zodra je meer hebt ingelegd dan het vermogen
waard is
- De schermentabel in `README.md` beschreef het Dashboard als "totaal eigen
vermogen, schulden en netto vermogen". Dat klopte niet: `DashboardTab.jsx`
leest `totSchuld` helemaal niet en toont geen schuld en geen nettowaarde — dat
staat op het Voortgang-tabblad. De rij noemt nu wat er wél staat (KPI's over
inleg, vermogen, winst en ROI, de doelbalk en de grafiek), met een alinea
eronder over de twee lijnen
### Bekend
- De screenshot bovenaan `README.md` is van vóór deze wijziging en toont de
grafiek nog met één lijn
## [1.0.5] - 2026-09-11
### Gewijzigd
- De documentatie is gelijkgetrokken met de code. `README.md`: de bestandsboom
miste `backend/src/logger.js`, `docker/check-updates.mjs`,
`frontend/public/`, `InstellingenModal.jsx`, `LoginBackground.jsx` en de
losse bestanden in `utils/`, en noemde de update-route `update-check` terwijl
het bestand `routes/update.js` heet. De schermentabel gebruikt nu de labels
zoals ze in `constants/index.js` staan ("Schuld", "Voortgang Schuld & EV") en
vermeldt **Instellingen** — thema plus backup/restore via ZIP, dat nergens in
de README stond
- De tabel "wat de app met een verzoek doet" (in beide bestanden) noemde alleen
`/assets/...` en de SPA-fallback. `server.js` kent vier gevallen: `no-store`
op de API en op HTML, een jaar `immutable` op de gehashte bundels,
`must-revalidate` op bestanden met een vaste naam (`favicon.svg`, `icons/*`)
en een echte 404 op een pad mét extensie waar geen bestand achter zit
- `BEHEER.md` beschreef `Bewerker` als "data lezen en bewerken" en `Viewer` als
"alleen lezen". Zo werkt het niet: `requireAdmin` is de enige rolcontrole in
de code en bewaakt alleen `/api/users`. Een `Viewer` mag daardoor gewoon zijn
eigen data schrijven — geen gat in de afscherming, want `/api/data` gaat altijd
over de rij van het eigen token, maar wél iets anders dan er stond. De sectie
zegt nu wat de code doet en wat er nodig is voor een echt read-only account
- `README.md` en `BEHEER.md` wijzen bij backup naar het juiste niveau: de ZIP
onder Instellingen bevat alleen de data van de ingelogde gebruiker, `pg_dump`
is de volledige servercopie
- `DATABASE_URL` staat in de variabelentabel van `README.md`. Hij wordt door
`docker-compose.yml` samengesteld uit de `POSTGRES_*` waarden, dus zelf zetten
is alleen nodig buiten Compose
## [1.0.4] - 2026-09-10
### Gewijzigd
- Git-tags krijgen weer een `v`-prefix (`v1.0.4`), net als t/m `v1.0.0`. Sinds
1.0.1 was dat `1.0.1`, `1.0.2`, `1.0.3` — en omdat Gitea de tag op de
release-pagina toont, stond daar het kale nummer terwijl de release-naam wél
`v1.0.3` was. De image-tags in de registry houden bewust géén `v`; dat is de
conventie voor container-tags. De update-check verdraagt beide: backend en
frontend strippen een leidende `v` voordat ze versies vergelijken
### Opgelost
- Het omzetten van de changelog-kop slokte de lege regel eronder op, waardoor
`## [x.x.x] - datum` direct tegen `### Toegevoegd` aan kwam te staan. Oorzaak
was `\s*$` in het zoekpatroon: `\s` matcht ook newlines. Het patroon eindigt nu
op `[ \t]*(?=\r?$)` — een lookahead, want dit bestand heeft CRLF en met alleen
`[ \t]*$` matchte de kop helemaal niet meer (de `\r` zit ertussen). Zo blijft
de match binnen één regel én blijft het regeleinde ongemoeid
## [1.0.3] - 2026-09-10
### Toegevoegd
- `release.ps1` zet de changelog-kop `## [Niet vrijgegeven]` nu zelf om naar
`## [x.x.x] - datum`, net zoals het al deed met `frontend/package.json` en de
README-badge. Handmatig omzetten hoeft dus niet meer
- Staat er ook na die omzetting niets over deze versie in `Changelog.md`, dan
breekt het script af **vóór** de build met de melding wat je moet toevoegen.
Eerder viel het stil terug op de tekst `"Release x.x.x"` en meldde het
"Gepubliceerd" — dat overkwam 0.1.9 en 1.0.2, en is achteraf alleen met een
`PATCH` op de release te herstellen. Nieuwe switch `-NoChangelog` om bewust
zonder release-notes te publiceren
- `release.ps1` zet na een geslaagde release de versie in de root
`package.json` op `x.x.(x+1)-dev`. Dat was voorheen de laatste handmatige stap
van de release-workflow. Het staat bewust ná het publiceren, zodat een
afgebroken release het nummer niet vooruit schuift
### Opgelost
- **`-DryRun` in combinatie met `-Force` verwijderde écht de Git-tag.** De twee
commando's in stap 4 (`git tag -d` en `git push origin :refs/tags/x.x.x`)
liepen niet via `Invoke-Cmd` en hadden dus geen droogloop-controle. Gitea
ruimt de release op zodra de tag verdwijnt, dus een droogloop kon een
gepubliceerde release wissen — zo is de release van 1.0.2 verloren gegaan en
opnieuw aangemaakt. Onder `-DryRun` worden beide nu alleen gemeld
### Gewijzigd
- De changelog-controle staat vóór de drie auto-updates, zodat een afgebroken
release geen gewijzigde bestanden achterlaat terwijl hij "er is niets
gepubliceerd" meldt
- Stap 5 leest de release-notes uit het geheugen in plaats van opnieuw van
schijf. Een droogloop schrijft de kop niet, en toonde daardoor de placeholder
in de payload — precies wat je met een droogloop wilt uitsluiten
- De Quick Start in `README.md` begint nu met het ophalen van
`docker-compose.yml` (clone, of alleen die twee bestanden via `raw`). Zonder
dat bestand antwoordt `docker compose pull` met `no configuration file
provided: not found`, en die stap ontbrak. Beide foutmeldingen staan er nu bij
met hun oorzaak
## [1.0.2] - 2026-09-10
### Gewijzigd
- De update-melding op het belletje toont alleen nog de kop, de versieregel en de
link naar de release. De release-notes stonden er als ruwe Markdown in — in een
+77 -18
View File
@@ -10,7 +10,7 @@ Eigen vermogen · Schulden · Voortgang · Gebruikersbeheer
![Node.js](https://img.shields.io/badge/Node.js_22-339933?style=flat&logo=node.js&logoColor=white)
![PostgreSQL](https://img.shields.io/badge/PostgreSQL_18-4169E1?style=flat&logo=postgresql&logoColor=white)
![Docker](https://img.shields.io/badge/Docker_Compose-2496ED?style=flat&logo=docker&logoColor=white)
![Version](https://img.shields.io/badge/versie-1.0.1-8b5cf6?style=flat)
![Version](https://img.shields.io/badge/versie-1.0.5-8b5cf6?style=flat)
![Built with Claude](https://img.shields.io/badge/Gebouwd_met-Claude.ai-8b5cf6?style=flat&logo=anthropic&logoColor=white)
<img src="docs/screenshot-dashboard.png" alt="VibeFinance dashboard" width="820">
@@ -32,7 +32,25 @@ Deze applicatie is volledig ontworpen en ontwikkeld met behulp van [Claude.ai](h
De app draait in **2 containers**: `app` (Express API + gebouwde frontend) en
`postgres` (database).
**`.env`** — kopieer `.env.example` en vul in:
**1. De bestanden op de server zetten.** `docker compose` leest
`docker-compose.yml` uit de map waarin je het commando draait, dus dat bestand
moet er eerst staan. De organisatie in Gitea is publiek, dus dit kan anoniem:
```bash
git clone https://vibehoogie.duckdns.org/Vibe/VibeFinance.git
cd VibeFinance
```
Wil je de repo niet op je server, dan zijn deze twee bestanden genoeg:
```bash
mkdir -p vibefinance && cd vibefinance
base=https://vibehoogie.duckdns.org/Vibe/VibeFinance/raw/branch/main
curl -fsSLO $base/docker-compose.yml
curl -fsSL $base/.env.example -o .env.example
```
**2. `.env` aanmaken** — kopieer `.env.example` en vul in:
```env
POSTGRES_USER=vibefinance
@@ -46,19 +64,25 @@ APP_PORT=3400
openssl rand -hex 64
```
**3. Starten:**
```bash
cp .env.example .env # en vul de waarden in
docker compose pull && docker compose up -d
```
De `Vibe`-organisatie in Gitea is publiek, dus een pull werkt anoniem — geen
`docker login` nodig. Krijg je toch `401 Unauthorized` of "pull access denied",
dan staat de organisatie weer op privé:
Twee foutmeldingen en wat ze betekenen:
```bash
docker login vibehoogie.duckdns.org # wachtwoord = Gitea-token met read:package
```
- **`no configuration file provided: not found`** — je staat in een map zonder
`docker-compose.yml`. Controleer met `ls docker-compose.yml`, of geef het
bestand expliciet mee: `docker compose -f /pad/naar/docker-compose.yml up -d`.
- **`401 Unauthorized`** of **"pull access denied"** — de organisatie staat niet
meer op publiek. Dan alsnog inloggen:
```bash
docker login vibehoogie.duckdns.org # wachtwoord = Gitea-token met read:package
```
Navigeer naar `http://<server-ip>:3400` en registreer je account. De **eerste** geregistreerde gebruiker krijgt automatisch de Admin-rol.
@@ -129,22 +153,43 @@ $env:GITEA_TOKEN = "<token met write:package + write:repository>"
Draait de tests, bouwt het app-image voor `amd64` + `arm64` (Raspberry Pi),
pusht naar de registry, zet de Git-tag en publiceert de Gitea-release.
Het script regelt ook het bijwerken eromheen: de changelog-kop
`## [Niet vrijgegeven]` wordt `## [x.x.x] - datum`, de versie in
`frontend/package.json` en de badge hierboven gaan mee, en ná het publiceren
zet het de root `package.json` op `x.x.(x+1)-dev` voor de volgende cyclus.
Beschrijft de changelog niets over deze versie, dan stopt het script vóór de
build — anders zou de release met een placeholder als notes online komen.
---
## 🗂️ Functionaliteit
| Scherm | Wat het doet |
|---|---|
| 📊 **Dashboard** | Overzicht van totaal eigen vermogen, schulden en netto vermogen |
| 📊 **Dashboard** | KPI's over inleg, vermogen, winst en ROI, de voortgang naar je doel, en de grafiek met vermogen tegen inleg |
| 💰 **Eigen vermogen** | Vermogensposten per categorie beheren + geïnvesteerde fiat historiek |
| 📉 **Schulden** | Schulden bijhouden per blok met afbetalingsoverzicht |
| 📈 **Voortgang** | Grafieken en trends van EV en schuld over tijd (apart bij te houden) |
| 📉 **Schuld** | Schulden bijhouden per blok met afbetalingsoverzicht |
| 📈 **Voortgang Schuld & EV** | Grafieken en trends van EV en schuld over tijd (apart bij te houden) |
| 👥 **Gebruikers** | Accounts aanmaken, bewerken en beheren (Admin-rol vereist) |
| ⚙️ **Instellingen** | Licht/donker thema, backup downloaden en backup terugzetten |
De grafiek "Ontwikkeling van Eigen Vermogen" op het dashboard tekent twee lijnen
op één as: je netto waarde per voortgangsmoment, en daaronder de cumulatief
geïnvesteerde fiat. Het verschil tussen de twee is je rendement; de tooltip zet
vermogen, inleg en resultaat per datum onder elkaar. Het laatste punt van de
inleglijn is per definitie gelijk aan de KPI "Totaal geïnvesteerde fiat" — beide
rekenen het oudste voortgangsmoment als startinleg en tellen daar de stortingen
per rij bij op.
De kolommen in de tabellen op Eigen vermogen en Voortgang zijn versleepbaar: pak
de rechterrand van een kolomkop. De breedtes worden per tabel in de browser
bewaard; dubbelklik op de greep voor de standaardbreedte.
Backup en restore lopen via **Instellingen** in de navigatiebalk: "Backup maken"
downloadt een ZIP (`data.json` + `meta.json`) met je eigen financiële data,
"Backup terugzetten" leest zo'n ZIP weer in en schrijft hem via `/api/data` weg.
Dat is de gebruikersvariant; een volledige database-dump staat in `BEHEER.md`.
---
## 🏗️ Architectuur
@@ -162,27 +207,33 @@ vibefinance/
├── release.ps1 / release.sh # Release (test, push, tag, Gitea-release)
│
├── docker/
│ └── dev-entrypoint.sh # Start API + Vite samen in de dev-container
│ ├── dev-entrypoint.sh # Start API + Vite samen in de dev-container
│ ├── check-updates.mjs # Dependency-check tegen het npm-register
│ └── update-exceptions.json # Pakketten die bewust achterblijven, met reden
│
├── docs/
│ └── screenshot-dashboard.png # Screenshot bovenaan deze README
│
├── frontend/ # React / Vite SPA (build → dist)
│ ├── vite.config.js # /api proxy naar de API in dezelfde container
│ ├── index.html # Vite-entry, verwijst naar /favicon.svg
│ ├── public/ # Ongebundeld: favicon.svg + icons/
│ └── src/
│ ├── App.jsx # Root – wiring + idle-logout
│ ├── App.css # Reset + losse klassen (o.a. .kolom-grip)
│ ├── main.jsx
│ ├── version.js # Draaiende versie (__APP_VERSION__ uit de build)
│ ├── constants/ # Kleuren, tabs, begindata
│ ├── utils/ # Formatters, helpers
│ ├── utils/ # format.js (bedragen/datums), storage.js
│ ├── hooks/ # useTheme, useUpdateCheck, useKolomBreedtes
│ ├── context/ # AppContext (global state + API sync)
│ ├── context/ # AppContext (global state + API sync + backup)
│ ├── components/
│ │ ├── ui/ # Primitieve UI (VCard, DonutChart…)
│ │ ├── LoginPage.jsx
│ │ ├── LoginBackground.jsx
│ │ ├── NavBar.jsx
│ │ ├── ProfielPopup.jsx
│ │ ├── InstellingenModal.jsx # Thema + backup/restore
│ │ └── GebruikersBeheer.jsx
│ └── pages/
│ ├── DashboardTab.jsx
@@ -195,10 +246,11 @@ vibefinance/
└── src/
├── server.js # Entry point: API op /api, SPA op /
├── db.js # PostgreSQL pool + initDb() schema-migraties
├── logger.js # pino (pino-pretty buiten productie)
├── config/ # Omgevingsvariabelen (incl. STATIC_DIR)
├── constants/ # Begindata (initialData.js)
├── middleware/ # auth.js, errorHandler.js
├── routes/ # auth, data, users, health, update-check
├── routes/ # auth, data, users, health, update
└── stores/ # userStore, dataStore
```
@@ -214,9 +266,11 @@ frontend en API.
| Verzoek | Wat de app doet |
|---|---|
| `/api/...` | REST API (rate limited) |
| `/assets/...` | Statische build, 1 jaar `immutable` gecached |
| al het overige | `index.html` — fallback voor React-routing |
| `/api/...` | REST API (rate limited, `Cache-Control: no-store`) |
| `/assets/...` | Gehashte build-bestanden, 1 jaar `immutable` gecached |
| `/favicon.svg`, `/icons/...` | Vaste namen, dus `max-age=0, must-revalidate` |
| pad mét extensie, geen bestand | echte 404 (geen HTML waar een icoon wordt verwacht) |
| al het overige | `index.html` — fallback voor React-routing, niet gecached |
---
@@ -264,6 +318,7 @@ Het schema wordt bij het starten van de app aangemaakt/bijgewerkt via
| `JWT_SECRET` | — | **Verplicht** — minimaal 64 tekens |
| `POSTGRES_USER` | `vibefinance` | Database gebruikersnaam |
| `POSTGRES_DB` | `vibefinance` | Database naam |
| `DATABASE_URL` | — | Connectiestring; `docker-compose.yml` stelt hem samen uit de drie `POSTGRES_*` waarden, dus zelf zetten hoeft alleen buiten Compose |
| `JWT_EXPIRES` | `7d` | Geldigheidsduur token |
| `CORS_ORIGIN` | `http://localhost` | Externe domeinnaam (één origin, dus zelden nodig) |
| `APP_PORT` | `3400` | Poort op de host (container luistert op 3001) |
@@ -278,6 +333,10 @@ Het schema wordt bij het starten van de app aangemaakt/bijgewerkt via
- Wachtwoorden gehasht met bcrypt (cost factor 12)
- JWT authenticatie met instelbare vervaltijd
- Data is per gebruiker: `/api/data` leest en schrijft alleen de rij van de
ingelogde gebruiker (`sub` uit het token)
- Van de rollen wordt alleen **Admin** afgedwongen, op `/api/users` — zie de
sectie Rollen in `BEHEER.md`
- Frontend en API op één origin — geen interne proxy, geen CORS-uitzonderingen
- Content-Security-Policy via Helmet, toegespitst op wat de app laadt
- Database bereikbaar alleen binnen het interne Docker netwerk
+1 -1
View File
@@ -1,6 +1,6 @@
{
"name": "vibefinance-frontend",
"version": "1.0.2-dev",
"version": "1.0.5",
"private": true,
"type": "module",
"scripts": {
Binary file not shown.

After

Width:  |  Height:  |  Size: 56 KiB

+82 -14
View File
@@ -1,7 +1,7 @@
import { useState } from "react";
import { useApp } from "../context/AppContext.jsx";
import { fmt, pct, fmtDatum } from "../utils/format.js";
import { GREEN, RED } from "../constants/index.js";
import { GREEN, RED, GOLD } from "../constants/index.js";
const TEAL = "#a855f7";
import { VCard, VBadge } from "../components/ui/index.jsx";
@@ -38,6 +38,16 @@ export default function DashboardTab() {
// Minigrafiek data
const vData = [...evRows].sort((a, b) => a.datum.localeCompare(b.datum));
// Cumulatief geïnvesteerde fiat, op dezelfde datums als vData. Dezelfde
// opbouw als de KPI's hierboven: het oudste punt is de start-EV (daar is de
// inleg per definitie gelijk aan de waarde), elk volgend punt telt de
// stortingen van die rij erbij op. Het laatste punt is daarmee gelijk aan
// "Totaal geïnvesteerde fiat".
const fiatData = vData.reduce((acc, row, i) => {
acc.push(i === 0 ? (row.nettoWaarde || 0) : acc[i - 1] + catSum(row));
return acc;
}, []);
return (
<div>
<div style={{ marginBottom: 24 }}>
@@ -113,7 +123,21 @@ export default function DashboardTab() {
{/* EV Grafiek */}
<VCard style={{ background: T.card, border: `1px solid ${T.border}`, marginBottom: 20 }}>
<div style={{ fontWeight: 600, marginBottom: 16 }}>Ontwikkeling van Eigen Vermogen</div>
<div style={{
display: "flex", alignItems: "center", justifyContent: "space-between",
gap: 12, flexWrap: "wrap", marginBottom: 16,
}}>
<div style={{ fontWeight: 600 }}>Ontwikkeling van Eigen Vermogen</div>
{vData.length >= 2 && (
<div style={{ display: "flex", alignItems: "center", gap: 14, fontSize: 11, color: T.muted }}>
<Legenda kleur="linear-gradient(90deg, #0eddd4, #8b5cf6)" label="Eigen vermogen" />
<Legenda
kleur={`repeating-linear-gradient(90deg, ${GOLD} 0 5px, transparent 5px 9px)`}
label="Geïnvesteerde fiat"
/>
</div>
)}
</div>
{vData.length < 2 ? (
<div style={{ textAlign: "center", padding: "32px 0", color: T.muted }}>
<div style={{ fontSize: 28, marginBottom: 8 }}>📈</div>
@@ -122,7 +146,7 @@ export default function DashboardTab() {
</div>
</div>
) : (
<MiniLineChart vData={vData} darkMode={darkMode} />
<MiniLineChart vData={vData} fiatData={fiatData} darkMode={darkMode} />
)}
</VCard>
@@ -130,6 +154,16 @@ export default function DashboardTab() {
);
}
// ── Legenda-item bij de grafiek ─────────────────────────────────────────────
function Legenda({ kleur, label }) {
return (
<span style={{ display: "inline-flex", alignItems: "center", gap: 6 }}>
<span style={{ width: 16, height: 3, borderRadius: 2, background: kleur }} />
{label}
</span>
);
}
// ── Smooth Catmull-Rom bezier path ──────────────────────────────────────────
function crPath(xs, ys, t = 0.4) {
if (xs.length < 2) return "";
@@ -149,18 +183,25 @@ function crPath(xs, ys, t = 0.4) {
}
// ── Mini inline SVG grafiek ────────────────────────────────────────────────────
function MiniLineChart({ vData, darkMode }) {
function MiniLineChart({ vData, fiatData, darkMode }) {
const [hovered, setHovered] = useState(null);
const W = 700, H = 230, pl = 62, pr = 16, pt = 16, pb = 52;
const vals = vData.map((d) => d.nettoWaarde || 0);
const mn = Math.min(...vals) * 0.95;
const mx = Math.max(...vals) * 1.05;
const vals = vData.map((d) => d.nettoWaarde || 0);
const fVals = fiatData;
// Beide reeksen staan in euro's op dezelfde as, dus het bereik moet ze allebei
// omvatten — anders loopt de inleglijn buiten beeld zodra die boven de EV uitkomt.
const mn = Math.min(...vals, ...fVals) * 0.95;
const mx = Math.max(...vals, ...fVals) * 1.05;
const rng = mx - mn || 1;
const iW = W - pl - pr, iH = H - pt - pb;
const xs = vData.map((_, i) => pl + (i / Math.max(vData.length - 1, 1)) * iW);
const ys = vals.map((v) => pt + (1 - (v - mn) / rng) * iH);
const fYs = fVals.map((v) => pt + (1 - (v - mn) / rng) * iH);
const linePath = crPath(xs, ys);
const areaPath = `${linePath} L ${xs[xs.length-1]},${pt+iH} L ${xs[0]},${pt+iH} Z`;
// Rechte segmenten, geen crPath: de inleg loopt nooit terug, en de bezier-
// afronding zou tussen twee stortingen een dip tekenen die er niet is.
const fiatPath = xs.map((x, i) => `${i ? "L" : "M"} ${x},${fYs[i]}`).join(" ");
const gc = darkMode ? "rgba(255,255,255,0.07)" : "rgba(0,0,0,0.06)";
const lc = darkMode ? "#6b7280" : "#94a3b8";
@@ -172,9 +213,13 @@ function MiniLineChart({ vData, darkMode }) {
};
const h = hovered;
const tipW = 114, tipH = 46;
const tipW = 150, tipH = 76;
const tipX = h !== null ? Math.min(Math.max(xs[h] - tipW / 2, pl), W - tipW - 4) : 0;
const tipY = h !== null ? (ys[h] - tipH - 14 < pt ? ys[h] + 14 : ys[h] - tipH - 14) : 0;
// Ankeren op de hoogste van de twee punten, zodat de tooltip nooit over de
// andere lijn heen valt.
const tipAnker = h !== null ? Math.min(ys[h], fYs[h]) : 0;
const tipY = h !== null ? (tipAnker - tipH - 14 < pt ? Math.max(ys[h], fYs[h]) + 14 : tipAnker - tipH - 14) : 0;
const resultaat = h !== null ? vals[h] - fVals[h] : 0;
return (
<svg
@@ -214,6 +259,11 @@ function MiniLineChart({ vData, darkMode }) {
{/* Vlakkleur met gradient + fade */}
<path d={areaPath} fill="url(#chartLineGrad)" mask="url(#chartAreaMask)" opacity="0.4" />
{/* Geïnvesteerde fiat — gestippeld, zodat het als referentielijn leest
en de EV-lijn de hoofdrol houdt */}
<path d={fiatPath} fill="none" stroke={GOLD} strokeWidth="1.8"
strokeDasharray="5,4" strokeLinecap="round" strokeLinejoin="round" opacity="0.85" />
{/* Lijn */}
<path d={linePath} fill="none" stroke="url(#chartLineGrad)"
strokeWidth="2.5" strokeLinecap="round" strokeLinejoin="round" />
@@ -224,10 +274,14 @@ function MiniLineChart({ vData, darkMode }) {
stroke="rgba(255,255,255,0.25)" strokeWidth="1" strokeDasharray="4,3" />
)}
{/* Hover punt */}
{/* Hover punten */}
{h !== null && (
<circle cx={xs[h]} cy={ys[h]} r="5.5"
fill="#0eddd4" stroke={darkMode ? "#151c2e" : "#fff"} strokeWidth="2.5" />
<>
<circle cx={xs[h]} cy={fYs[h]} r="4.5"
fill={GOLD} stroke={darkMode ? "#151c2e" : "#fff"} strokeWidth="2.5" />
<circle cx={xs[h]} cy={ys[h]} r="5.5"
fill="#0eddd4" stroke={darkMode ? "#151c2e" : "#fff"} strokeWidth="2.5" />
</>
)}
{/* Tooltip */}
@@ -239,10 +293,24 @@ function MiniLineChart({ vData, darkMode }) {
<text x={tipX + tipW / 2} y={tipY + 16} fill={lc} fontSize="9" textAnchor="middle">
{fmtDatum(vData[h].datum)}
</text>
<text x={tipX + tipW / 2} y={tipY + 34} fill="#0eddd4" fontSize="11"
fontWeight="700" textAnchor="middle">
<text x={tipX + 10} y={tipY + 33} fill={lc} fontSize="9">Vermogen</text>
<text x={tipX + tipW - 10} y={tipY + 33} fill="#0eddd4" fontSize="10"
fontWeight="700" textAnchor="end">
{fmt(vals[h])}
</text>
<text x={tipX + 10} y={tipY + 48} fill={lc} fontSize="9">Ingelegd</text>
<text x={tipX + tipW - 10} y={tipY + 48} fill={GOLD} fontSize="10"
fontWeight="700" textAnchor="end">
{fmt(fVals[h])}
</text>
<line x1={tipX + 10} y1={tipY + 55} x2={tipX + tipW - 10} y2={tipY + 55}
stroke={gc} strokeWidth="1" />
<text x={tipX + 10} y={tipY + 68} fill={lc} fontSize="9">Resultaat</text>
<text x={tipX + tipW - 10} y={tipY + 68}
fill={resultaat >= 0 ? GREEN : RED} fontSize="10"
fontWeight="700" textAnchor="end">
{`${resultaat >= 0 ? "+" : ""}${fmt(resultaat)}`}
</text>
</g>
)}
+1 -1
View File
@@ -1,6 +1,6 @@
{
"name": "vibefinance",
"version": "1.0.2",
"version": "1.0.6",
"description": "VibeFinance — persoonlijk vermogensbeheer",
"private": true,
"repository": "https://vibehoogie.duckdns.org/vibe/VibeFinance",
+178 -52
View File
@@ -9,6 +9,16 @@
# .\release.ps1 -SkipTests # sla de testsuite over (niet aanbevolen)
# .\release.ps1 -DryRun # toon alle commando's zonder iets uit te voeren
# .\release.ps1 -Force # sla conflictcontrole over, overschrijf tags
# .\release.ps1 -NoChangelog # publiceer bewust zonder release-notes
#
# Het script werkt zelf vier dingen bij, dus die hoef je niet met de hand te
# doen: de changelog-kop `## [Niet vrijgegeven]` -> `## [x.x.x] - datum`, de
# versie in frontend/package.json, de versiebadge in README.md, en ná het
# publiceren de versie in de root package.json -> `x.x.(x+1)-dev`.
#
# LET OP bij -Force: dat verwijdert de bestaande tag lokaal en op origin, en
# Gitea gooit de bijbehorende release daarmee weg. Onder -DryRun wordt dat
# alleen gemeld (dat was eerder niet zo — zie stap 4).
#
# Vereisten:
# - Docker Desktop actief
@@ -16,6 +26,9 @@
# - docker buildx builder actief: docker buildx create --use
# - Git geinstalleerd en working directory is de repo root
# - root package.json bevat een schoon versienummer ZONDER -dev suffix
# - Changelog.md beschrijft deze versie, onder `## [Niet vrijgegeven]` of
# onder een kop `## [x.x.x]`; anders breekt het script af (-NoChangelog
# omzeilt dat)
# - GITEA_TOKEN in de omgeving (token met release-rechten) voor stap 5,
# de Gitea-release waar de update-melding in de app op afgaat
@@ -23,7 +36,10 @@ param(
[switch]$NoBuild,
[switch]$SkipTests,
[switch]$DryRun,
[switch]$Force
[switch]$Force,
# Releasen zonder inhoudelijke release-notes. Zonder deze switch breekt het
# script af wanneer de changelog niets over deze versie zegt.
[switch]$NoChangelog
)
$ErrorActionPreference = "Stop"
@@ -75,42 +91,13 @@ if ($appVersion -match "-dev$") {
exit 1
}
# ── Versie synchroniseren naar frontend/package.json ──────────────────────
# Een droogloop schrijft hier niet: anders laat -DryRun een gewijzigd bestand
# achter, en tagt de echte release daarna een vervuilde working tree.
$frontendPkgPath = Join-Path $PSScriptRoot "frontend/package.json"
$frontendPkg = Get-Content $frontendPkgPath -Raw | ConvertFrom-Json
if ($frontendPkg.version -ne $appVersion) {
if ($DryRun) {
Write-Host "[DRY-RUN] Versie naar frontend synchroniseren: $($frontendPkg.version) -> $appVersion" -ForegroundColor Yellow
} else {
$frontendPkg.version = $appVersion
[System.IO.File]::WriteAllText($frontendPkgPath, ($frontendPkg | ConvertTo-Json -Depth 10))
Write-Host "Versie gesynchroniseerd naar frontend: $appVersion" -ForegroundColor Green
}
}
# ── Versiebadge in README.md ──────────────────────────────────────────────
# Anders loopt die badge stil achter: hij stond drie releases achter voordat
# dit erin zat, en het script kent het nummer toch al. Zelfde regel als
# hierboven: een droogloop meldt het, maar schrijft niet.
$readmePath = Join-Path $PSScriptRoot "README.md"
if (Test-Path $readmePath) {
$readme = [System.IO.File]::ReadAllText($readmePath)
$patroon = "badge/versie-[^-]+-"
$nieuw = "badge/versie-$appVersion-"
$huidig = [regex]::Match($readme, $patroon)
if ($huidig.Success -and $huidig.Value -ne $nieuw) {
if ($DryRun) {
Write-Host "[DRY-RUN] Versiebadge in README.md: $($huidig.Value) -> $nieuw" -ForegroundColor Yellow
} else {
[System.IO.File]::WriteAllText($readmePath, ($readme -replace $patroon, $nieuw))
Write-Host "Versiebadge in README.md bijgewerkt: $appVersion" -ForegroundColor Green
}
}
}
$gitTag = "$appVersion"
# Git-tag met `v`-prefix, net als de release-naam hieronder en net als de tags
# t/m v1.0.0. Gitea toont de tag op de release-pagina, dus zonder prefix stond
# daar het kale nummer. De image-tags in de registry houden bewust géén `v`:
# dat is de conventie voor container-tags.
# De update-check verdraagt beide: zowel backend/src/routes/update.js als
# useUpdateCheck.js strippen een leidende `v` voordat ze versies vergelijken.
$gitTag = "v$appVersion"
# ── Registry tags (één image voor frontend + backend) ─────────────────────
$appBase = "$registry/$appImage"
@@ -151,12 +138,13 @@ function Write-Step {
Write-Host "── $Label" -ForegroundColor Cyan
}
# Haalt de sectie van deze versie uit Changelog.md als release-notes.
function Get-ChangelogSection {
param([string]$Version)
$path = Join-Path $PSScriptRoot "Changelog.md"
if (-not (Test-Path $path)) { return "" }
$lines = Get-Content $path
# Haalt de sectie van deze versie uit changelog-tekst. Werkt op een string en
# niet op het bestand, zodat een droogloop kan valideren tegen de kop die hij
# zou schrijven zonder die daadwerkelijk te schrijven.
function Get-ChangelogSectionFromText {
param([string]$Text, [string]$Version)
if (-not $Text) { return "" }
$lines = $Text -split "\r?\n"
$start = -1
$needle = "^##\s*\[" + [regex]::Escape($Version) + "\]"
for ($i = 0; $i -lt $lines.Count; $i++) {
@@ -172,6 +160,99 @@ function Get-ChangelogSection {
return (($out -join "`n").Trim())
}
# ── Changelog-kop vrijgeven ───────────────────────────────────────────────
# De release-notes komen uit de sectie `## [x.x.x]` in Changelog.md. Stond het
# werk nog onder `## [Niet vrijgegeven]`, dan vond het script niets en werd stil
# de placeholder "Release x.x.x" gepubliceerd — dat gebeurde bij 0.1.9 en 1.0.2,
# en is achteraf alleen met een PATCH op de release te herstellen. Daarom zet het
# script de kop nu zelf om, en breekt het af als er niets te melden valt.
# Zelfde regel als bij de andere auto-updates: een droogloop meldt, maar schrijft
# niet.
$changelogPath = Join-Path $PSScriptRoot "Changelog.md"
$nieuweKop = "## [$appVersion] - $(Get-Date -Format 'yyyy-MM-dd')"
$changelogTxt = if (Test-Path $changelogPath) { [System.IO.File]::ReadAllText($changelogPath) } else { "" }
$kopPatroon = "(?m)^##\s*\[" + [regex]::Escape($appVersion) + "\]"
# Niet `\s*$`: `\s` matcht ook newlines, en dan slokt de match de lege regel ná
# de kop op — die verdween daardoor bij het omzetten. En niet `[ \t]*$` alleen:
# dit bestand heeft CRLF (zie .gitattributes), dus `$` staat achter een `\r` die
# geen space of tab is. De lookahead laat het regeleinde buiten de match, zodat
# de CRLF intact blijft.
$onderwegPatroon = "(?m)^##[ \t]*\[[ \t]*Niet vrijgegeven[ \t]*\][ \t]*(?=\r?$)"
# Eerst alleen in het geheugen omzetten. Schrijven gebeurt na de controle
# hieronder: bij een lege `[Niet vrijgegeven]`-sectie zou de kop anders al
# vervangen zijn terwijl het script daarna afbreekt, en dan blijft er een
# aangepaste changelog achter bij een release die niet doorging.
$kopOmzetten = ($changelogTxt -notmatch $kopPatroon -and $changelogTxt -match $onderwegPatroon)
if ($kopOmzetten) {
# $nieuweKop bevat geen '$', dus veilig als vervangingstekst.
$changelogTxt = [regex]::Replace($changelogTxt, $onderwegPatroon, $nieuweKop)
}
if (-not (Get-ChangelogSectionFromText $changelogTxt $appVersion) -and -not $NoChangelog) {
Write-Host ""
Write-Host "Changelog.md zegt niets over $appVersion." -ForegroundColor Red
Write-Host ""
Write-Host "Zonder notes komt er alleen de tekst 'Release $appVersion' in de Gitea-release," -ForegroundColor Yellow
Write-Host "en dat is achteraf alleen met een PATCH op de release te herstellen." -ForegroundColor Yellow
Write-Host ""
Write-Host "Zet je wijzigingen in Changelog.md onder een kop:" -ForegroundColor White
Write-Host " ## [Niet vrijgegeven]" -ForegroundColor White
Write-Host "Die zet dit script bij de volgende run zelf om naar '$nieuweKop'." -ForegroundColor White
Write-Host ""
Write-Host "Bewust zonder release-notes publiceren? Draai met -NoChangelog." -ForegroundColor DarkGray
Write-Host ""
Write-Host "Er is niets gepubliceerd." -ForegroundColor DarkGray
exit 1
}
# De controle is doorstaan, dus nu pas schrijven.
if ($kopOmzetten) {
if ($DryRun) {
Write-Host "[DRY-RUN] Changelog-kop vrijgeven: '## [Niet vrijgegeven]' -> '$nieuweKop'" -ForegroundColor Yellow
} else {
[System.IO.File]::WriteAllText($changelogPath, $changelogTxt)
Write-Host "Changelog-kop vrijgegeven: $nieuweKop" -ForegroundColor Green
}
}
# ── Versie synchroniseren naar frontend/package.json ──────────────────────
# Staat na de changelog-controle: anders laat een afgebroken release wél een
# gewijzigde working tree achter terwijl hij "niets gepubliceerd" meldt.
# Een droogloop schrijft hier niet, om dezelfde reden.
$frontendPkgPath = Join-Path $PSScriptRoot "frontend/package.json"
$frontendPkg = Get-Content $frontendPkgPath -Raw | ConvertFrom-Json
if ($frontendPkg.version -ne $appVersion) {
if ($DryRun) {
Write-Host "[DRY-RUN] Versie naar frontend synchroniseren: $($frontendPkg.version) -> $appVersion" -ForegroundColor Yellow
} else {
$frontendPkg.version = $appVersion
[System.IO.File]::WriteAllText($frontendPkgPath, ($frontendPkg | ConvertTo-Json -Depth 10))
Write-Host "Versie gesynchroniseerd naar frontend: $appVersion" -ForegroundColor Green
}
}
# ── Versiebadge in README.md ──────────────────────────────────────────────
# Anders loopt die badge stil achter: hij stond drie releases achter voordat
# dit erin zat, en het script kent het nummer toch al. Zelfde regel als
# hierboven: een droogloop meldt het, maar schrijft niet.
$readmePath = Join-Path $PSScriptRoot "README.md"
if (Test-Path $readmePath) {
$readme = [System.IO.File]::ReadAllText($readmePath)
$patroon = "badge/versie-[^-]+-"
$nieuw = "badge/versie-$appVersion-"
$huidig = [regex]::Match($readme, $patroon)
if ($huidig.Success -and $huidig.Value -ne $nieuw) {
if ($DryRun) {
Write-Host "[DRY-RUN] Versiebadge in README.md: $($huidig.Value) -> $nieuw" -ForegroundColor Yellow
} else {
[System.IO.File]::WriteAllText($readmePath, ($readme -replace $patroon, $nieuw))
Write-Host "Versiebadge in README.md bijgewerkt: $appVersion" -ForegroundColor Green
}
}
}
# ── Samenvatting ───────────────────────────────────────────────────────────
Write-Host ""
Write-Host "════════════════════════════════════════" -ForegroundColor Cyan
@@ -365,14 +446,24 @@ if (-not $NoBuild) {
Write-Step "[4/5] Git-tag aanmaken en pushen"
if ($Force) {
Write-Host "Bestaande lokale tag verwijderen (indien aanwezig)..." -ForegroundColor Yellow
$ErrorActionPreference = "SilentlyContinue"
git tag -d $gitTag 2>$null | Out-Null
$ErrorActionPreference = "Stop"
Write-Host "Bestaande remote tag verwijderen (indien aanwezig)..." -ForegroundColor Yellow
$ErrorActionPreference = "SilentlyContinue"
git push origin ":refs/tags/$gitTag" 2>$null | Out-Null
$ErrorActionPreference = "Stop"
# LET OP: deze twee commando's gingen niet via Invoke-Cmd en hadden dus geen
# -DryRun-controle. Een `-DryRun -Force` verwijderde daardoor écht de tag,
# lokaal en op origin — en Gitea ruimt de release op zodra de tag verdwijnt.
# Zo is de release van 1.0.2 verloren gegaan.
if ($DryRun) {
Write-Host "[DRY-RUN] git tag -d $gitTag" -ForegroundColor Yellow
Write-Host "[DRY-RUN] git push origin :refs/tags/$gitTag" -ForegroundColor Yellow
} else {
Write-Host "Bestaande lokale tag verwijderen (indien aanwezig)..." -ForegroundColor Yellow
$ErrorActionPreference = "SilentlyContinue"
git tag -d $gitTag 2>$null | Out-Null
$ErrorActionPreference = "Stop"
Write-Host "Bestaande remote tag verwijderen (indien aanwezig)..." -ForegroundColor Yellow
Write-Host " Gitea verwijdert de bijbehorende release mee." -ForegroundColor DarkGray
$ErrorActionPreference = "SilentlyContinue"
git push origin ":refs/tags/$gitTag" 2>$null | Out-Null
$ErrorActionPreference = "Stop"
}
}
Write-Host "Git-tag aanmaken: $gitTag" -ForegroundColor White
@@ -405,7 +496,10 @@ if (-not $releaseApi) {
Write-Host "Geen GITEA_TOKEN in de omgeving — release overgeslagen." -ForegroundColor Yellow
Write-Host " Zonder release ziet de app geen update-melding voor $appVersion." -ForegroundColor DarkGray
} else {
$notes = Get-ChangelogSection $appVersion
# Uit $changelogTxt en niet opnieuw van schijf: in een droogloop is de kop
# nog niet geschreven, en dan zou de payload hier de placeholder tonen —
# precies wat je met een droogloop wilt uitsluiten.
$notes = Get-ChangelogSectionFromText $changelogTxt $appVersion
if (-not $notes) { $notes = "Release $appVersion" }
$payload = @{
tag_name = $gitTag
@@ -451,6 +545,38 @@ Write-Host " Git-tag: $gitTag -> origin" -ForegroundColor Green
Write-Host "════════════════════════════════════════" -ForegroundColor Cyan
Write-Host ""
# ── Versie naar de volgende dev-cyclus ────────────────────────────────────
# Was voorheen stap 4 met de hand. Gebeurt hier, ná het publiceren, zodat een
# afgebroken release het versienummer niet vooruit zet. Bijkomend voordeel: de
# `-dev` suffix laat dezelfde release niet nog eens draaien (de controle boven
# in dit script weigert een `-dev` versie), dus een dubbele publicatie is
# meteen uitgesloten. Wil je bewust opnieuw releasen, zet het nummer dan zelf
# terug.
if ($appVersion -match '^(\d+)\.(\d+)\.(\d+)$') {
$volgende = "{0}.{1}.{2}-dev" -f $Matches[1], $Matches[2], ([int]$Matches[3] + 1)
$rootPkgPath = Join-Path $PSScriptRoot "package.json"
if ($DryRun) {
Write-Host "[DRY-RUN] Versie in package.json: $appVersion -> $volgende" -ForegroundColor Yellow
} else {
# Gerichte tekstvervanging in plaats van ConvertTo-Json: dat zou het hele
# bestand herschrijven en de opmaak van de andere velden aantasten.
$rootTxt = [System.IO.File]::ReadAllText($rootPkgPath)
$treffer = [regex]::Match($rootTxt, '"version"\s*:\s*"' + [regex]::Escape($appVersion) + '"')
if ($treffer.Success) {
$rootTxt = $rootTxt.Remove($treffer.Index, $treffer.Length).Insert($treffer.Index, '"version": "' + $volgende + '"')
[System.IO.File]::WriteAllText($rootPkgPath, $rootTxt)
Write-Host "Versie in package.json naar de volgende cyclus: $volgende" -ForegroundColor Green
Write-Host " Commit dit mee, samen met de changelog-kop en de README-badge." -ForegroundColor DarkGray
Write-Host ""
} else {
Write-Host "Kon '$appVersion' niet terugvinden in package.json — versie niet bijgewerkt." -ForegroundColor Yellow
}
}
} else {
Write-Host "Versie '$appVersion' is geen x.y.z — volgende dev-versie niet automatisch gezet." -ForegroundColor Yellow
}
# Expliciete 0: anders erft de caller de exitcode van het laatste
# docker-commando (bijv. de registry-check).
exit 0
+1
View File
@@ -9,6 +9,7 @@
# ./release.sh -SkipTests # sla de testsuite over (niet aanbevolen)
# ./release.sh -DryRun # toon alle commando's zonder iets uit te voeren
# ./release.sh -Force # sla conflictcontrole over, overschrijf tags
# ./release.sh -NoChangelog # publiceer bewust zonder release-notes
#
# Combinaties:
# ./release.sh -Force -NoBuild