Compare commits
| Author | SHA1 | Date | |
|---|---|---|---|
|
|
ceff734793 | ||
|
|
624f51679a | ||
|
|
5f90331694 | ||
|
|
4e923fa998 | ||
|
|
e5f78f5368 | ||
|
|
bff64e5012 | ||
|
|
4e4a9ca3e1 | ||
|
|
00893fa6be | ||
|
|
b5a068d3d8 | ||
|
|
fdb9771916 |
@@ -108,7 +108,19 @@ is schrijven, en dat gebeurt allemaal vanaf deze ene machine.
|
|||||||
Er is geen apart host-token en geen apart registry-token:
|
Er is geen apart host-token en geen apart registry-token:
|
||||||
|
|
||||||
- **`git push`** gaat over SSH (`gitea@…:Vibe/VibeFinance.git`), dus die gebruikt
|
- **`git push`** gaat over SSH (`gitea@…:Vibe/VibeFinance.git`), dus die gebruikt
|
||||||
je SSH-sleutel en niet dit token.
|
je SSH-sleutel en niet dit token. Werkt SSH even niet — bijvoorbeeld omdat de
|
||||||
|
ssh-agent niet meedoet in een niet-interactieve shell, wat `Permission denied
|
||||||
|
(publickey,password)` geeft — dan kun je *lezen* nu anoniem over https, omdat
|
||||||
|
de organisatie public is:
|
||||||
|
|
||||||
|
```powershell
|
||||||
|
git fetch https://vibehoogie.duckdns.org/Vibe/VibeFinance.git --prune --tags "+refs/heads/*:refs/remotes/origin/*"
|
||||||
|
```
|
||||||
|
|
||||||
|
Die refspec werkt ook `origin/*` bij, dus daarna doen `git merge --ff-only
|
||||||
|
origin/main` en `git log origin/main` het weer. Pushen blijft SSH; `release.ps1`
|
||||||
|
leest daarvoor `core.sshCommand` uit, omdat op Windows alleen de OpenSSH van het
|
||||||
|
systeem met de ssh-agent praat en Git's eigen `ssh` niet.
|
||||||
- **De registry** heeft geen eigen variabele nodig: `release.ps1` en `dev.ps1`
|
- **De registry** heeft geen eigen variabele nodig: `release.ps1` en `dev.ps1`
|
||||||
vallen bij een ontbrekende `REGISTRY_TOKEN` terug op `GITEA_TOKEN`. Zet alleen
|
vallen bij een ontbrekende `REGISTRY_TOKEN` terug op `GITEA_TOKEN`. Zet alleen
|
||||||
`REGISTRY_USER` erbij, zodat het script zelf kan inloggen als de credential
|
`REGISTRY_USER` erbij, zodat het script zelf kan inloggen als de credential
|
||||||
@@ -143,21 +155,28 @@ backup — een eigen image als `latest` naar de registry pushen, en die host pul
|
|||||||
|
|
||||||
| Status | Betekenis |
|
| Status | Betekenis |
|
||||||
|---|---|
|
|---|---|
|
||||||
| 401 | Token ongeldig of verlopen. Op de registry: helemaal niet ingelogd. |
|
| 401 | Token ongeldig, verlopen of ingetrokken — Gitea herkent hem niet. Op de registry: helemaal niet ingelogd. |
|
||||||
| 403 | Het token mag de repo wél zien, maar mist de **scope** voor dit endpoint. Gitea noemt de vereiste scope in de response-body. |
|
| 403 | Het token **bestaat en werkt**, maar mist de **scope** voor dit endpoint. Gitea noemt de vereiste scope in de response-body. |
|
||||||
| 404 | Het token mag de repo niet zien. Gitea geeft geen 403, om niet te verklappen dat iets bestaat: verkeerd account, of geen toegang tot de organisatie. Nu de organisatie public is, wijst een 404 op een leesactie eerder op een verkeerde URL dan op rechten. |
|
| 404 | Het token mag de repo niet zien. Gitea geeft geen 403, om niet te verklappen dat iets bestaat: verkeerd account, of geen toegang tot de organisatie. Nu de organisatie public is, wijst een 404 op een leesactie eerder op een verkeerde URL dan op rechten. |
|
||||||
|
|
||||||
Scopes van een bestaand token zijn in Gitea niet aan te passen. Bij een 403 maak
|
Scopes van een bestaand token zijn in Gitea niet aan te passen. Bij een 403 maak
|
||||||
je dus een nieuw token aan; bijwerken kan niet.
|
je dus een nieuw token aan; bijwerken kan niet.
|
||||||
|
|
||||||
Nakijken wie een token is en wat hij ziet:
|
**Leeft mijn token nog?** Juist dat onderscheid tussen 401 en 403 is de test.
|
||||||
|
Vraag *niet* `/api/v1/user` op om te kijken "wie het token is": het
|
||||||
|
werkstation-token heeft geen `read:user`, dus dat endpoint geeft altijd 403 en
|
||||||
|
zegt niets over geldigheid. Kijk naar de statuscode, niet naar de inhoud:
|
||||||
|
|
||||||
```powershell
|
```powershell
|
||||||
$h = @{ Authorization = "token $env:GITEA_TOKEN" }
|
$u = "https://vibehoogie.duckdns.org/api/v1/user/repos"
|
||||||
(Invoke-RestMethod https://vibehoogie.duckdns.org/api/v1/user -Headers $h).login
|
try { (Invoke-WebRequest $u -Headers @{ Authorization = "token $env:GITEA_TOKEN" } -UseBasicParsing).StatusCode }
|
||||||
(Invoke-RestMethod https://vibehoogie.duckdns.org/api/v1/user/repos -Headers $h).full_name
|
catch { $_.Exception.Response.StatusCode.value__ }
|
||||||
```
|
```
|
||||||
|
|
||||||
|
`403` = het token leeft (alleen deze scope ontbreekt). `401` = ingetrokken of
|
||||||
|
fout gekopieerd. Nagemeten op 2026-09-10: geen header `401`, een nep-token van 40
|
||||||
|
nullen `401`, het werkstation-token `403`.
|
||||||
|
|
||||||
Vanuit de app-container op de host valt de body van een fout anders weg —
|
Vanuit de app-container op de host valt de body van een fout anders weg —
|
||||||
busybox-`wget` gooit die bij een foutstatus weg, en Node zit in het image:
|
busybox-`wget` gooit die bij een foutstatus weg, en Node zit in het image:
|
||||||
|
|
||||||
@@ -199,16 +218,18 @@ in, dan valt de push in stap 3 om. Loopt dat toch mis, dan is
|
|||||||
|
|
||||||
```powershell
|
```powershell
|
||||||
# 1. Versienummer in package.json van "x.x.x-dev" naar "x.x.x"
|
# 1. Versienummer in package.json van "x.x.x-dev" naar "x.x.x"
|
||||||
# 2. Changelog.md: kop van "Niet vrijgegeven" naar "[x.x.x] - datum"
|
# 2. Wijzigingen in Changelog.md onder de kop "## [Niet vrijgegeven]"
|
||||||
|
# (de kop zelf omzetten hoeft niet — dat doet het script)
|
||||||
# 3. Token staat in .env.release (zie Tokens) — of eenmalig in de shell:
|
# 3. Token staat in .env.release (zie Tokens) — of eenmalig in de shell:
|
||||||
$env:GITEA_TOKEN = "<vibefinance-workstation>"
|
$env:GITEA_TOKEN = "<vibefinance-workstation>"
|
||||||
|
|
||||||
.\release.ps1 # test, bouw (amd64+arm64), push, tag, Gitea-release
|
.\release.ps1 # test, bouw (amd64+arm64), push, tag, Gitea-release
|
||||||
.\release.ps1 -DryRun # droogloop — toont alle stappen zonder uit te voeren
|
.\release.ps1 -DryRun # droogloop — toont alle stappen zonder uit te voeren
|
||||||
.\release.ps1 -NoBuild # sla docker build over, alleen tag + release
|
.\release.ps1 -NoBuild # sla docker build over, alleen tag + release
|
||||||
.\release.ps1 -SkipTests # sla de testsuite over (niet aanbevolen)
|
.\release.ps1 -SkipTests # sla de testsuite over (niet aanbevolen)
|
||||||
|
.\release.ps1 -NoChangelog # publiceer bewust zonder release-notes
|
||||||
|
|
||||||
# 4. Versienummer in package.json naar "x.x.(x+1)-dev" voor volgende cyclus
|
# Klaar. Het versienummer voor de volgende cyclus zet het script zelf.
|
||||||
```
|
```
|
||||||
|
|
||||||
Het script bouwt één image voor `linux/amd64` en `linux/arm64`, zodat dezelfde
|
Het script bouwt één image voor `linux/amd64` en `linux/arm64`, zodat dezelfde
|
||||||
@@ -216,22 +237,35 @@ tag op een Raspberry Pi en op een x86-server werkt.
|
|||||||
|
|
||||||
**Wat het script zelf bijwerkt** — met de hand aanpassen is dus dubbel werk:
|
**Wat het script zelf bijwerkt** — met de hand aanpassen is dus dubbel werk:
|
||||||
|
|
||||||
| Bestand | Wat |
|
| Bestand | Wat | Wanneer |
|
||||||
|---|---|
|
|---|---|---|
|
||||||
| `frontend/package.json` | versie gelijkgetrokken met de root `package.json` |
|
| `Changelog.md` | kop `## [Niet vrijgegeven]` → `## [x.x.x] - datum` | vóór de build |
|
||||||
| `README.md` | de `versie-x.x.x`-badge bovenaan |
|
| `frontend/package.json` | versie gelijkgetrokken met de root `package.json` | vóór de build |
|
||||||
|
| `README.md` | de `versie-x.x.x`-badge bovenaan | vóór de build |
|
||||||
|
| `package.json` (root) | versie → `x.x.(x+1)-dev` voor de volgende cyclus | **ná** het publiceren |
|
||||||
|
|
||||||
Beide gebeuren vóór de build, en een `-DryRun` meldt ze zonder te schrijven. Ze
|
Een `-DryRun` meldt alle vier zonder te schrijven. Ze blijven na een echte
|
||||||
blijven na een echte release als wijziging in je working tree staan; neem ze mee
|
release als wijziging in je working tree staan; neem ze mee in de volgende
|
||||||
in de volgende commit.
|
commit.
|
||||||
|
|
||||||
> **De changelog-kop moet exact `## [x.x.x]` zijn.** `release.ps1` zoekt die kop
|
De laatste staat bewust ná het publiceren: breekt de release eerder af, dan
|
||||||
> om de release-notes te vullen. Staat je werk nog onder `## [Niet vrijgegeven]`,
|
schuift het versienummer niet vooruit. Bijeffect dat je moet kennen — na een
|
||||||
> dan vindt het script niets en valt het terug op de tekst `"Release x.x.x"` —
|
geslaagde release staat er een `-dev` nummer in `package.json`, en de controle
|
||||||
> dan staat er geen inhoudelijke release-notes in Gitea en ziet een gebruiker in
|
bovenin het script weigert een `-dev` versie. Dat sluit een dubbele publicatie
|
||||||
> het belletje een placeholder. Dat overkwam 0.1.9. Achteraf repareren kan met
|
uit, maar wil je dezelfde versie bewust opnieuw releasen (bijvoorbeeld omdat een
|
||||||
> een `PATCH` op `/repos/<org>/<repo>/releases/<id>`, maar vóór de release
|
tag is verdwenen), zet het nummer dan eerst zelf terug naar `x.x.x`.
|
||||||
> omzetten is een stuk minder werk.
|
|
||||||
|
> **Zonder changelog-sectie breekt het script af.** De release-notes komen uit de
|
||||||
|
> sectie `## [x.x.x]` in `Changelog.md`. Vond het script daar niets, dan
|
||||||
|
> publiceerde het stil de tekst `"Release x.x.x"` — dat gebeurde bij 0.1.9 en
|
||||||
|
> 1.0.2. Nu zet het de kop `## [Niet vrijgegeven]` zelf om, en als er ook dán
|
||||||
|
> niets over deze versie in staat, stopt het vóór de build met de melding wat je
|
||||||
|
> moet toevoegen. Wil je bewust zonder notes publiceren, gebruik `-NoChangelog`.
|
||||||
|
>
|
||||||
|
> De controle staat vóór de drie auto-updates hierboven, zodat een afgebroken
|
||||||
|
> release geen gewijzigde bestanden achterlaat. Is een release toch al gepubliceerd
|
||||||
|
> met de placeholder, dan repareer je dat met een `PATCH` op
|
||||||
|
> `/repos/<org>/<repo>/releases/<id>` met de juiste `body`.
|
||||||
|
|
||||||
### `.env.release` — token niet elke sessie opnieuw zetten
|
### `.env.release` — token niet elke sessie opnieuw zetten
|
||||||
|
|
||||||
@@ -264,7 +298,12 @@ docker compose pull && docker compose up -d
|
|||||||
docker compose down -v && docker compose up -d
|
docker compose down -v && docker compose up -d
|
||||||
```
|
```
|
||||||
|
|
||||||
Pullen vereist een registry-login op die host — zie
|
Draai dit in de map met `docker-compose.yml` en `.env`. `docker compose` zoekt
|
||||||
|
dat bestand namelijk in de huidige map en kijkt niet omhoog; staat het er niet,
|
||||||
|
dan is het antwoord `no configuration file provided: not found`. Met
|
||||||
|
`docker compose -f /pad/naar/docker-compose.yml` kun je het expliciet meegeven.
|
||||||
|
|
||||||
|
Pullen zelf werkt anoniem zolang de organisatie public is — zie
|
||||||
[Pullen op een deploy-machine](#pullen-op-een-deploy-machine).
|
[Pullen op een deploy-machine](#pullen-op-een-deploy-machine).
|
||||||
|
|
||||||
### PostgreSQL versie-upgrade
|
### PostgreSQL versie-upgrade
|
||||||
@@ -505,7 +544,43 @@ dat op het belletje in de topbalk en onder "Over VibeFinance".
|
|||||||
|
|
||||||
Builds met een `-dev` suffix melden nooit (die lopen voor op de laatste release).
|
Builds met een `-dev` suffix melden nooit (die lopen voor op de laatste release).
|
||||||
Wil je de melding tijdens ontwikkeling toch testen: open de app met `?updatecheck`
|
Wil je de melding tijdens ontwikkeling toch testen: open de app met `?updatecheck`
|
||||||
in de URL.
|
in de URL. Let op dat `isNieuwer` alleen bij een écht hoger nummer aanslaat — bij
|
||||||
|
`1.0.2-dev` naast release `1.0.1` blijft de kaart dus ook met `?updatecheck` leeg.
|
||||||
|
Zet dan tijdelijk een lagere versie in de root `package.json`.
|
||||||
|
|
||||||
|
**Wat de melding toont**
|
||||||
|
|
||||||
|
Alleen de kop, de versieregel en een link:
|
||||||
|
|
||||||
|
```
|
||||||
|
🔔 Nieuwe versie beschikbaar
|
||||||
|
v1.0.1 is uitgebracht. Je gebruikt momenteel v1.0.0.
|
||||||
|
Release bekijken →
|
||||||
|
```
|
||||||
|
|
||||||
|
De release-notes staan er bewust **niet** in. `/api/update-check` stuurt ze wel
|
||||||
|
mee als `notes`, maar dat is de ruwe Markdown uit de changelog; in een kaart van
|
||||||
|
280px leverde dat zichtbare `### `-koppen en afgekapte regels op. Wie de details
|
||||||
|
wil, volgt de link. Het veld blijft in de API zitten voor het geval je ze ooit
|
||||||
|
ergens met meer ruimte wilt tonen — dan is Markdown renderen de volgende stap.
|
||||||
|
|
||||||
|
**De release-link hangt aan Gitea's `ROOT_URL`**
|
||||||
|
|
||||||
|
De `url` in het antwoord is de `html_url` van de release, en die stelt Gitea bij
|
||||||
|
elk verzoek samen uit `ROOT_URL` in `app.ini` — hij wordt *niet* per release
|
||||||
|
opgeslagen. Staat `ROOT_URL` op een intern adres, dan wijst "Release bekijken"
|
||||||
|
naar iets dat buiten je netwerk niet bestaat, terwijl de melding zelf gewoon
|
||||||
|
werkt (die leest alleen het versienummer).
|
||||||
|
|
||||||
|
Nakijken welke waarde Gitea daadwerkelijk gebruikt — de `issuer` is `ROOT_URL`:
|
||||||
|
|
||||||
|
```bash
|
||||||
|
curl -s https://vibehoogie.duckdns.org/.well-known/openid-configuration | grep issuer
|
||||||
|
```
|
||||||
|
|
||||||
|
`app.ini` wordt alleen bij het opstarten gelezen, dus na een wijziging moet Gitea
|
||||||
|
herstarten. Omdat de URL wordt samengesteld en niet bewaard, zijn daarna álle
|
||||||
|
releases in één keer goed — ook de oude. Een `PATCH` per release is niet nodig.
|
||||||
|
|
||||||
**Configuratie**
|
**Configuratie**
|
||||||
|
|
||||||
|
|||||||
@@ -1,5 +1,57 @@
|
|||||||
# Changelog
|
# Changelog
|
||||||
|
|
||||||
|
## [Niet vrijgegeven]
|
||||||
|
|
||||||
|
### Toegevoegd
|
||||||
|
- `release.ps1` zet de changelog-kop `## [Niet vrijgegeven]` nu zelf om naar
|
||||||
|
`## [x.x.x] - datum`, net zoals het al deed met `frontend/package.json` en de
|
||||||
|
README-badge. Handmatig omzetten hoeft dus niet meer
|
||||||
|
- Staat er ook na die omzetting niets over deze versie in `Changelog.md`, dan
|
||||||
|
breekt het script af **vóór** de build met de melding wat je moet toevoegen.
|
||||||
|
Eerder viel het stil terug op de tekst `"Release x.x.x"` en meldde het
|
||||||
|
"Gepubliceerd" — dat overkwam 0.1.9 en 1.0.2, en is achteraf alleen met een
|
||||||
|
`PATCH` op de release te herstellen. Nieuwe switch `-NoChangelog` om bewust
|
||||||
|
zonder release-notes te publiceren
|
||||||
|
- `release.ps1` zet na een geslaagde release de versie in de root
|
||||||
|
`package.json` op `x.x.(x+1)-dev`. Dat was voorheen de laatste handmatige stap
|
||||||
|
van de release-workflow. Het staat bewust ná het publiceren, zodat een
|
||||||
|
afgebroken release het nummer niet vooruit schuift
|
||||||
|
|
||||||
|
### Opgelost
|
||||||
|
- **`-DryRun` in combinatie met `-Force` verwijderde écht de Git-tag.** De twee
|
||||||
|
commando's in stap 4 (`git tag -d` en `git push origin :refs/tags/x.x.x`)
|
||||||
|
liepen niet via `Invoke-Cmd` en hadden dus geen droogloop-controle. Gitea
|
||||||
|
ruimt de release op zodra de tag verdwijnt, dus een droogloop kon een
|
||||||
|
gepubliceerde release wissen — zo is de release van 1.0.2 verloren gegaan en
|
||||||
|
opnieuw aangemaakt. Onder `-DryRun` worden beide nu alleen gemeld
|
||||||
|
|
||||||
|
### Gewijzigd
|
||||||
|
- De changelog-controle staat vóór de drie auto-updates, zodat een afgebroken
|
||||||
|
release geen gewijzigde bestanden achterlaat terwijl hij "er is niets
|
||||||
|
gepubliceerd" meldt
|
||||||
|
- Stap 5 leest de release-notes uit het geheugen in plaats van opnieuw van
|
||||||
|
schijf. Een droogloop schrijft de kop niet, en toonde daardoor de placeholder
|
||||||
|
in de payload — precies wat je met een droogloop wilt uitsluiten
|
||||||
|
- De Quick Start in `README.md` begint nu met het ophalen van
|
||||||
|
`docker-compose.yml` (clone, of alleen die twee bestanden via `raw`). Zonder
|
||||||
|
dat bestand antwoordt `docker compose pull` met `no configuration file
|
||||||
|
provided: not found`, en die stap ontbrak. Beide foutmeldingen staan er nu bij
|
||||||
|
met hun oorzaak
|
||||||
|
|
||||||
|
## [1.0.2] - 2026-09-10
|
||||||
|
|
||||||
|
### Gewijzigd
|
||||||
|
- De update-melding op het belletje toont alleen nog de kop, de versieregel en de
|
||||||
|
link naar de release. De release-notes stonden er als ruwe Markdown in — in een
|
||||||
|
kaart van 280px leverde dat zichtbare `### `-koppen en afgekapte regels op.
|
||||||
|
`/api/update-check` stuurt `notes` nog wel mee, zodat ze later ergens met meer
|
||||||
|
ruimte gebruikt kunnen worden
|
||||||
|
- `BEHEER.md` legt vast dat de release-link uit Gitea's `ROOT_URL` wordt
|
||||||
|
samengesteld en niet per release wordt opgeslagen: na een `ROOT_URL`-wijziging
|
||||||
|
plus herstart zijn álle releases in één keer goed, ook de oude. Verder staat er
|
||||||
|
nu hoe je aan het verschil tussen `401` en `403` ziet of een token nog leeft, en
|
||||||
|
hoe je anoniem over https fetcht als SSH niet meedoet
|
||||||
|
|
||||||
## [1.0.1] - 2026-09-10
|
## [1.0.1] - 2026-09-10
|
||||||
|
|
||||||
### Toegevoegd
|
### Toegevoegd
|
||||||
|
|||||||
@@ -10,7 +10,7 @@ Eigen vermogen · Schulden · Voortgang · Gebruikersbeheer
|
|||||||

|

|
||||||

|

|
||||||

|

|
||||||

|

|
||||||

|

|
||||||
|
|
||||||
<img src="docs/screenshot-dashboard.png" alt="VibeFinance dashboard" width="820">
|
<img src="docs/screenshot-dashboard.png" alt="VibeFinance dashboard" width="820">
|
||||||
@@ -32,7 +32,25 @@ Deze applicatie is volledig ontworpen en ontwikkeld met behulp van [Claude.ai](h
|
|||||||
De app draait in **2 containers**: `app` (Express API + gebouwde frontend) en
|
De app draait in **2 containers**: `app` (Express API + gebouwde frontend) en
|
||||||
`postgres` (database).
|
`postgres` (database).
|
||||||
|
|
||||||
**`.env`** — kopieer `.env.example` en vul in:
|
**1. De bestanden op de server zetten.** `docker compose` leest
|
||||||
|
`docker-compose.yml` uit de map waarin je het commando draait, dus dat bestand
|
||||||
|
moet er eerst staan. De organisatie in Gitea is publiek, dus dit kan anoniem:
|
||||||
|
|
||||||
|
```bash
|
||||||
|
git clone https://vibehoogie.duckdns.org/Vibe/VibeFinance.git
|
||||||
|
cd VibeFinance
|
||||||
|
```
|
||||||
|
|
||||||
|
Wil je de repo niet op je server, dan zijn deze twee bestanden genoeg:
|
||||||
|
|
||||||
|
```bash
|
||||||
|
mkdir -p vibefinance && cd vibefinance
|
||||||
|
base=https://vibehoogie.duckdns.org/Vibe/VibeFinance/raw/branch/main
|
||||||
|
curl -fsSLO $base/docker-compose.yml
|
||||||
|
curl -fsSL $base/.env.example -o .env.example
|
||||||
|
```
|
||||||
|
|
||||||
|
**2. `.env` aanmaken** — kopieer `.env.example` en vul in:
|
||||||
|
|
||||||
```env
|
```env
|
||||||
POSTGRES_USER=vibefinance
|
POSTGRES_USER=vibefinance
|
||||||
@@ -46,19 +64,25 @@ APP_PORT=3400
|
|||||||
openssl rand -hex 64
|
openssl rand -hex 64
|
||||||
```
|
```
|
||||||
|
|
||||||
|
**3. Starten:**
|
||||||
|
|
||||||
```bash
|
```bash
|
||||||
cp .env.example .env # en vul de waarden in
|
cp .env.example .env # en vul de waarden in
|
||||||
|
|
||||||
docker compose pull && docker compose up -d
|
docker compose pull && docker compose up -d
|
||||||
```
|
```
|
||||||
|
|
||||||
De `Vibe`-organisatie in Gitea is publiek, dus een pull werkt anoniem — geen
|
Twee foutmeldingen en wat ze betekenen:
|
||||||
`docker login` nodig. Krijg je toch `401 Unauthorized` of "pull access denied",
|
|
||||||
dan staat de organisatie weer op privé:
|
|
||||||
|
|
||||||
```bash
|
- **`no configuration file provided: not found`** — je staat in een map zonder
|
||||||
docker login vibehoogie.duckdns.org # wachtwoord = Gitea-token met read:package
|
`docker-compose.yml`. Controleer met `ls docker-compose.yml`, of geef het
|
||||||
```
|
bestand expliciet mee: `docker compose -f /pad/naar/docker-compose.yml up -d`.
|
||||||
|
- **`401 Unauthorized`** of **"pull access denied"** — de organisatie staat niet
|
||||||
|
meer op publiek. Dan alsnog inloggen:
|
||||||
|
|
||||||
|
```bash
|
||||||
|
docker login vibehoogie.duckdns.org # wachtwoord = Gitea-token met read:package
|
||||||
|
```
|
||||||
|
|
||||||
Navigeer naar `http://<server-ip>:3400` en registreer je account. De **eerste** geregistreerde gebruiker krijgt automatisch de Admin-rol.
|
Navigeer naar `http://<server-ip>:3400` en registreer je account. De **eerste** geregistreerde gebruiker krijgt automatisch de Admin-rol.
|
||||||
|
|
||||||
@@ -129,6 +153,13 @@ $env:GITEA_TOKEN = "<token met write:package + write:repository>"
|
|||||||
Draait de tests, bouwt het app-image voor `amd64` + `arm64` (Raspberry Pi),
|
Draait de tests, bouwt het app-image voor `amd64` + `arm64` (Raspberry Pi),
|
||||||
pusht naar de registry, zet de Git-tag en publiceert de Gitea-release.
|
pusht naar de registry, zet de Git-tag en publiceert de Gitea-release.
|
||||||
|
|
||||||
|
Het script regelt ook het bijwerken eromheen: de changelog-kop
|
||||||
|
`## [Niet vrijgegeven]` wordt `## [x.x.x] - datum`, de versie in
|
||||||
|
`frontend/package.json` en de badge hierboven gaan mee, en ná het publiceren
|
||||||
|
zet het de root `package.json` op `x.x.(x+1)-dev` voor de volgende cyclus.
|
||||||
|
Beschrijft de changelog niets over deze versie, dan stopt het script vóór de
|
||||||
|
build — anders zou de release met een placeholder als notes online komen.
|
||||||
|
|
||||||
---
|
---
|
||||||
|
|
||||||
## 🗂️ Functionaliteit
|
## 🗂️ Functionaliteit
|
||||||
@@ -171,6 +202,7 @@ vibefinance/
|
|||||||
│ ├── vite.config.js # /api proxy naar de API in dezelfde container
|
│ ├── vite.config.js # /api proxy naar de API in dezelfde container
|
||||||
│ └── src/
|
│ └── src/
|
||||||
│ ├── App.jsx # Root – wiring + idle-logout
|
│ ├── App.jsx # Root – wiring + idle-logout
|
||||||
|
│ ├── App.css # Reset + losse klassen (o.a. .kolom-grip)
|
||||||
│ ├── main.jsx
|
│ ├── main.jsx
|
||||||
│ ├── version.js # Draaiende versie (__APP_VERSION__ uit de build)
|
│ ├── version.js # Draaiende versie (__APP_VERSION__ uit de build)
|
||||||
│ ├── constants/ # Kleuren, tabs, begindata
|
│ ├── constants/ # Kleuren, tabs, begindata
|
||||||
|
|||||||
@@ -1,6 +1,6 @@
|
|||||||
{
|
{
|
||||||
"name": "vibefinance-frontend",
|
"name": "vibefinance-frontend",
|
||||||
"version": "1.0.1",
|
"version": "1.0.2",
|
||||||
"private": true,
|
"private": true,
|
||||||
"type": "module",
|
"type": "module",
|
||||||
"scripts": {
|
"scripts": {
|
||||||
|
|||||||
@@ -209,14 +209,10 @@ function AppInner() {
|
|||||||
<div style={{ fontSize: 12, color: T.muted, lineHeight: 1.5 }}>
|
<div style={{ fontSize: 12, color: T.muted, lineHeight: 1.5 }}>
|
||||||
v{nieuweVersie.latest} is uitgebracht. Je gebruikt momenteel v{version}.
|
v{nieuweVersie.latest} is uitgebracht. Je gebruikt momenteel v{version}.
|
||||||
</div>
|
</div>
|
||||||
{nieuweVersie.notes && (
|
{/* De release-notes zelf staan hier niet: dat is Markdown
|
||||||
<div style={{
|
uit de changelog, en die kwam als ruwe `### `-koppen in
|
||||||
fontSize: 11, color: T.subtext, marginTop: 6, lineHeight: 1.5,
|
een smalle kolom te staan. Wie de details wil, volgt de
|
||||||
maxHeight: 130, overflowY: "auto", whiteSpace: "pre-wrap",
|
link naar de release. */}
|
||||||
}}>
|
|
||||||
{nieuweVersie.notes}
|
|
||||||
</div>
|
|
||||||
)}
|
|
||||||
{nieuweVersie.url && (
|
{nieuweVersie.url && (
|
||||||
<a href={nieuweVersie.url} target="_blank" rel="noreferrer" style={{
|
<a href={nieuweVersie.url} target="_blank" rel="noreferrer" style={{
|
||||||
display: "inline-block", marginTop: 8,
|
display: "inline-block", marginTop: 8,
|
||||||
|
|||||||
+1
-1
@@ -1,6 +1,6 @@
|
|||||||
{
|
{
|
||||||
"name": "vibefinance",
|
"name": "vibefinance",
|
||||||
"version": "1.0.1",
|
"version": "1.0.3",
|
||||||
"description": "VibeFinance — persoonlijk vermogensbeheer",
|
"description": "VibeFinance — persoonlijk vermogensbeheer",
|
||||||
"private": true,
|
"private": true,
|
||||||
"repository": "https://vibehoogie.duckdns.org/vibe/VibeFinance",
|
"repository": "https://vibehoogie.duckdns.org/vibe/VibeFinance",
|
||||||
|
|||||||
+166
-51
@@ -9,6 +9,16 @@
|
|||||||
# .\release.ps1 -SkipTests # sla de testsuite over (niet aanbevolen)
|
# .\release.ps1 -SkipTests # sla de testsuite over (niet aanbevolen)
|
||||||
# .\release.ps1 -DryRun # toon alle commando's zonder iets uit te voeren
|
# .\release.ps1 -DryRun # toon alle commando's zonder iets uit te voeren
|
||||||
# .\release.ps1 -Force # sla conflictcontrole over, overschrijf tags
|
# .\release.ps1 -Force # sla conflictcontrole over, overschrijf tags
|
||||||
|
# .\release.ps1 -NoChangelog # publiceer bewust zonder release-notes
|
||||||
|
#
|
||||||
|
# Het script werkt zelf vier dingen bij, dus die hoef je niet met de hand te
|
||||||
|
# doen: de changelog-kop `## [Niet vrijgegeven]` -> `## [x.x.x] - datum`, de
|
||||||
|
# versie in frontend/package.json, de versiebadge in README.md, en ná het
|
||||||
|
# publiceren de versie in de root package.json -> `x.x.(x+1)-dev`.
|
||||||
|
#
|
||||||
|
# LET OP bij -Force: dat verwijdert de bestaande tag lokaal en op origin, en
|
||||||
|
# Gitea gooit de bijbehorende release daarmee weg. Onder -DryRun wordt dat
|
||||||
|
# alleen gemeld (dat was eerder niet zo — zie stap 4).
|
||||||
#
|
#
|
||||||
# Vereisten:
|
# Vereisten:
|
||||||
# - Docker Desktop actief
|
# - Docker Desktop actief
|
||||||
@@ -16,6 +26,9 @@
|
|||||||
# - docker buildx builder actief: docker buildx create --use
|
# - docker buildx builder actief: docker buildx create --use
|
||||||
# - Git geinstalleerd en working directory is de repo root
|
# - Git geinstalleerd en working directory is de repo root
|
||||||
# - root package.json bevat een schoon versienummer ZONDER -dev suffix
|
# - root package.json bevat een schoon versienummer ZONDER -dev suffix
|
||||||
|
# - Changelog.md beschrijft deze versie, onder `## [Niet vrijgegeven]` of
|
||||||
|
# onder een kop `## [x.x.x]`; anders breekt het script af (-NoChangelog
|
||||||
|
# omzeilt dat)
|
||||||
# - GITEA_TOKEN in de omgeving (token met release-rechten) voor stap 5,
|
# - GITEA_TOKEN in de omgeving (token met release-rechten) voor stap 5,
|
||||||
# de Gitea-release waar de update-melding in de app op afgaat
|
# de Gitea-release waar de update-melding in de app op afgaat
|
||||||
|
|
||||||
@@ -23,7 +36,10 @@ param(
|
|||||||
[switch]$NoBuild,
|
[switch]$NoBuild,
|
||||||
[switch]$SkipTests,
|
[switch]$SkipTests,
|
||||||
[switch]$DryRun,
|
[switch]$DryRun,
|
||||||
[switch]$Force
|
[switch]$Force,
|
||||||
|
# Releasen zonder inhoudelijke release-notes. Zonder deze switch breekt het
|
||||||
|
# script af wanneer de changelog niets over deze versie zegt.
|
||||||
|
[switch]$NoChangelog
|
||||||
)
|
)
|
||||||
|
|
||||||
$ErrorActionPreference = "Stop"
|
$ErrorActionPreference = "Stop"
|
||||||
@@ -75,41 +91,6 @@ if ($appVersion -match "-dev$") {
|
|||||||
exit 1
|
exit 1
|
||||||
}
|
}
|
||||||
|
|
||||||
# ── Versie synchroniseren naar frontend/package.json ──────────────────────
|
|
||||||
# Een droogloop schrijft hier niet: anders laat -DryRun een gewijzigd bestand
|
|
||||||
# achter, en tagt de echte release daarna een vervuilde working tree.
|
|
||||||
$frontendPkgPath = Join-Path $PSScriptRoot "frontend/package.json"
|
|
||||||
$frontendPkg = Get-Content $frontendPkgPath -Raw | ConvertFrom-Json
|
|
||||||
if ($frontendPkg.version -ne $appVersion) {
|
|
||||||
if ($DryRun) {
|
|
||||||
Write-Host "[DRY-RUN] Versie naar frontend synchroniseren: $($frontendPkg.version) -> $appVersion" -ForegroundColor Yellow
|
|
||||||
} else {
|
|
||||||
$frontendPkg.version = $appVersion
|
|
||||||
[System.IO.File]::WriteAllText($frontendPkgPath, ($frontendPkg | ConvertTo-Json -Depth 10))
|
|
||||||
Write-Host "Versie gesynchroniseerd naar frontend: $appVersion" -ForegroundColor Green
|
|
||||||
}
|
|
||||||
}
|
|
||||||
|
|
||||||
# ── Versiebadge in README.md ──────────────────────────────────────────────
|
|
||||||
# Anders loopt die badge stil achter: hij stond drie releases achter voordat
|
|
||||||
# dit erin zat, en het script kent het nummer toch al. Zelfde regel als
|
|
||||||
# hierboven: een droogloop meldt het, maar schrijft niet.
|
|
||||||
$readmePath = Join-Path $PSScriptRoot "README.md"
|
|
||||||
if (Test-Path $readmePath) {
|
|
||||||
$readme = [System.IO.File]::ReadAllText($readmePath)
|
|
||||||
$patroon = "badge/versie-[^-]+-"
|
|
||||||
$nieuw = "badge/versie-$appVersion-"
|
|
||||||
$huidig = [regex]::Match($readme, $patroon)
|
|
||||||
if ($huidig.Success -and $huidig.Value -ne $nieuw) {
|
|
||||||
if ($DryRun) {
|
|
||||||
Write-Host "[DRY-RUN] Versiebadge in README.md: $($huidig.Value) -> $nieuw" -ForegroundColor Yellow
|
|
||||||
} else {
|
|
||||||
[System.IO.File]::WriteAllText($readmePath, ($readme -replace $patroon, $nieuw))
|
|
||||||
Write-Host "Versiebadge in README.md bijgewerkt: $appVersion" -ForegroundColor Green
|
|
||||||
}
|
|
||||||
}
|
|
||||||
}
|
|
||||||
|
|
||||||
$gitTag = "$appVersion"
|
$gitTag = "$appVersion"
|
||||||
|
|
||||||
# ── Registry tags (één image voor frontend + backend) ─────────────────────
|
# ── Registry tags (één image voor frontend + backend) ─────────────────────
|
||||||
@@ -151,12 +132,13 @@ function Write-Step {
|
|||||||
Write-Host "── $Label" -ForegroundColor Cyan
|
Write-Host "── $Label" -ForegroundColor Cyan
|
||||||
}
|
}
|
||||||
|
|
||||||
# Haalt de sectie van deze versie uit Changelog.md als release-notes.
|
# Haalt de sectie van deze versie uit changelog-tekst. Werkt op een string en
|
||||||
function Get-ChangelogSection {
|
# niet op het bestand, zodat een droogloop kan valideren tegen de kop die hij
|
||||||
param([string]$Version)
|
# zou schrijven zonder die daadwerkelijk te schrijven.
|
||||||
$path = Join-Path $PSScriptRoot "Changelog.md"
|
function Get-ChangelogSectionFromText {
|
||||||
if (-not (Test-Path $path)) { return "" }
|
param([string]$Text, [string]$Version)
|
||||||
$lines = Get-Content $path
|
if (-not $Text) { return "" }
|
||||||
|
$lines = $Text -split "\r?\n"
|
||||||
$start = -1
|
$start = -1
|
||||||
$needle = "^##\s*\[" + [regex]::Escape($Version) + "\]"
|
$needle = "^##\s*\[" + [regex]::Escape($Version) + "\]"
|
||||||
for ($i = 0; $i -lt $lines.Count; $i++) {
|
for ($i = 0; $i -lt $lines.Count; $i++) {
|
||||||
@@ -172,6 +154,94 @@ function Get-ChangelogSection {
|
|||||||
return (($out -join "`n").Trim())
|
return (($out -join "`n").Trim())
|
||||||
}
|
}
|
||||||
|
|
||||||
|
# ── Changelog-kop vrijgeven ───────────────────────────────────────────────
|
||||||
|
# De release-notes komen uit de sectie `## [x.x.x]` in Changelog.md. Stond het
|
||||||
|
# werk nog onder `## [Niet vrijgegeven]`, dan vond het script niets en werd stil
|
||||||
|
# de placeholder "Release x.x.x" gepubliceerd — dat gebeurde bij 0.1.9 en 1.0.2,
|
||||||
|
# en is achteraf alleen met een PATCH op de release te herstellen. Daarom zet het
|
||||||
|
# script de kop nu zelf om, en breekt het af als er niets te melden valt.
|
||||||
|
# Zelfde regel als bij de andere auto-updates: een droogloop meldt, maar schrijft
|
||||||
|
# niet.
|
||||||
|
$changelogPath = Join-Path $PSScriptRoot "Changelog.md"
|
||||||
|
$nieuweKop = "## [$appVersion] - $(Get-Date -Format 'yyyy-MM-dd')"
|
||||||
|
$changelogTxt = if (Test-Path $changelogPath) { [System.IO.File]::ReadAllText($changelogPath) } else { "" }
|
||||||
|
|
||||||
|
$kopPatroon = "(?m)^##\s*\[" + [regex]::Escape($appVersion) + "\]"
|
||||||
|
$onderwegPatroon = "(?m)^##\s*\[\s*Niet vrijgegeven\s*\]\s*$"
|
||||||
|
|
||||||
|
# Eerst alleen in het geheugen omzetten. Schrijven gebeurt na de controle
|
||||||
|
# hieronder: bij een lege `[Niet vrijgegeven]`-sectie zou de kop anders al
|
||||||
|
# vervangen zijn terwijl het script daarna afbreekt, en dan blijft er een
|
||||||
|
# aangepaste changelog achter bij een release die niet doorging.
|
||||||
|
$kopOmzetten = ($changelogTxt -notmatch $kopPatroon -and $changelogTxt -match $onderwegPatroon)
|
||||||
|
if ($kopOmzetten) {
|
||||||
|
# $nieuweKop bevat geen '$', dus veilig als vervangingstekst.
|
||||||
|
$changelogTxt = [regex]::Replace($changelogTxt, $onderwegPatroon, $nieuweKop)
|
||||||
|
}
|
||||||
|
|
||||||
|
if (-not (Get-ChangelogSectionFromText $changelogTxt $appVersion) -and -not $NoChangelog) {
|
||||||
|
Write-Host ""
|
||||||
|
Write-Host "Changelog.md zegt niets over $appVersion." -ForegroundColor Red
|
||||||
|
Write-Host ""
|
||||||
|
Write-Host "Zonder notes komt er alleen de tekst 'Release $appVersion' in de Gitea-release," -ForegroundColor Yellow
|
||||||
|
Write-Host "en dat is achteraf alleen met een PATCH op de release te herstellen." -ForegroundColor Yellow
|
||||||
|
Write-Host ""
|
||||||
|
Write-Host "Zet je wijzigingen in Changelog.md onder een kop:" -ForegroundColor White
|
||||||
|
Write-Host " ## [Niet vrijgegeven]" -ForegroundColor White
|
||||||
|
Write-Host "Die zet dit script bij de volgende run zelf om naar '$nieuweKop'." -ForegroundColor White
|
||||||
|
Write-Host ""
|
||||||
|
Write-Host "Bewust zonder release-notes publiceren? Draai met -NoChangelog." -ForegroundColor DarkGray
|
||||||
|
Write-Host ""
|
||||||
|
Write-Host "Er is niets gepubliceerd." -ForegroundColor DarkGray
|
||||||
|
exit 1
|
||||||
|
}
|
||||||
|
|
||||||
|
# De controle is doorstaan, dus nu pas schrijven.
|
||||||
|
if ($kopOmzetten) {
|
||||||
|
if ($DryRun) {
|
||||||
|
Write-Host "[DRY-RUN] Changelog-kop vrijgeven: '## [Niet vrijgegeven]' -> '$nieuweKop'" -ForegroundColor Yellow
|
||||||
|
} else {
|
||||||
|
[System.IO.File]::WriteAllText($changelogPath, $changelogTxt)
|
||||||
|
Write-Host "Changelog-kop vrijgegeven: $nieuweKop" -ForegroundColor Green
|
||||||
|
}
|
||||||
|
}
|
||||||
|
|
||||||
|
# ── Versie synchroniseren naar frontend/package.json ──────────────────────
|
||||||
|
# Staat na de changelog-controle: anders laat een afgebroken release wél een
|
||||||
|
# gewijzigde working tree achter terwijl hij "niets gepubliceerd" meldt.
|
||||||
|
# Een droogloop schrijft hier niet, om dezelfde reden.
|
||||||
|
$frontendPkgPath = Join-Path $PSScriptRoot "frontend/package.json"
|
||||||
|
$frontendPkg = Get-Content $frontendPkgPath -Raw | ConvertFrom-Json
|
||||||
|
if ($frontendPkg.version -ne $appVersion) {
|
||||||
|
if ($DryRun) {
|
||||||
|
Write-Host "[DRY-RUN] Versie naar frontend synchroniseren: $($frontendPkg.version) -> $appVersion" -ForegroundColor Yellow
|
||||||
|
} else {
|
||||||
|
$frontendPkg.version = $appVersion
|
||||||
|
[System.IO.File]::WriteAllText($frontendPkgPath, ($frontendPkg | ConvertTo-Json -Depth 10))
|
||||||
|
Write-Host "Versie gesynchroniseerd naar frontend: $appVersion" -ForegroundColor Green
|
||||||
|
}
|
||||||
|
}
|
||||||
|
|
||||||
|
# ── Versiebadge in README.md ──────────────────────────────────────────────
|
||||||
|
# Anders loopt die badge stil achter: hij stond drie releases achter voordat
|
||||||
|
# dit erin zat, en het script kent het nummer toch al. Zelfde regel als
|
||||||
|
# hierboven: een droogloop meldt het, maar schrijft niet.
|
||||||
|
$readmePath = Join-Path $PSScriptRoot "README.md"
|
||||||
|
if (Test-Path $readmePath) {
|
||||||
|
$readme = [System.IO.File]::ReadAllText($readmePath)
|
||||||
|
$patroon = "badge/versie-[^-]+-"
|
||||||
|
$nieuw = "badge/versie-$appVersion-"
|
||||||
|
$huidig = [regex]::Match($readme, $patroon)
|
||||||
|
if ($huidig.Success -and $huidig.Value -ne $nieuw) {
|
||||||
|
if ($DryRun) {
|
||||||
|
Write-Host "[DRY-RUN] Versiebadge in README.md: $($huidig.Value) -> $nieuw" -ForegroundColor Yellow
|
||||||
|
} else {
|
||||||
|
[System.IO.File]::WriteAllText($readmePath, ($readme -replace $patroon, $nieuw))
|
||||||
|
Write-Host "Versiebadge in README.md bijgewerkt: $appVersion" -ForegroundColor Green
|
||||||
|
}
|
||||||
|
}
|
||||||
|
}
|
||||||
|
|
||||||
# ── Samenvatting ───────────────────────────────────────────────────────────
|
# ── Samenvatting ───────────────────────────────────────────────────────────
|
||||||
Write-Host ""
|
Write-Host ""
|
||||||
Write-Host "════════════════════════════════════════" -ForegroundColor Cyan
|
Write-Host "════════════════════════════════════════" -ForegroundColor Cyan
|
||||||
@@ -365,14 +435,24 @@ if (-not $NoBuild) {
|
|||||||
Write-Step "[4/5] Git-tag aanmaken en pushen"
|
Write-Step "[4/5] Git-tag aanmaken en pushen"
|
||||||
|
|
||||||
if ($Force) {
|
if ($Force) {
|
||||||
Write-Host "Bestaande lokale tag verwijderen (indien aanwezig)..." -ForegroundColor Yellow
|
# LET OP: deze twee commando's gingen niet via Invoke-Cmd en hadden dus geen
|
||||||
$ErrorActionPreference = "SilentlyContinue"
|
# -DryRun-controle. Een `-DryRun -Force` verwijderde daardoor écht de tag,
|
||||||
git tag -d $gitTag 2>$null | Out-Null
|
# lokaal en op origin — en Gitea ruimt de release op zodra de tag verdwijnt.
|
||||||
$ErrorActionPreference = "Stop"
|
# Zo is de release van 1.0.2 verloren gegaan.
|
||||||
Write-Host "Bestaande remote tag verwijderen (indien aanwezig)..." -ForegroundColor Yellow
|
if ($DryRun) {
|
||||||
$ErrorActionPreference = "SilentlyContinue"
|
Write-Host "[DRY-RUN] git tag -d $gitTag" -ForegroundColor Yellow
|
||||||
git push origin ":refs/tags/$gitTag" 2>$null | Out-Null
|
Write-Host "[DRY-RUN] git push origin :refs/tags/$gitTag" -ForegroundColor Yellow
|
||||||
$ErrorActionPreference = "Stop"
|
} else {
|
||||||
|
Write-Host "Bestaande lokale tag verwijderen (indien aanwezig)..." -ForegroundColor Yellow
|
||||||
|
$ErrorActionPreference = "SilentlyContinue"
|
||||||
|
git tag -d $gitTag 2>$null | Out-Null
|
||||||
|
$ErrorActionPreference = "Stop"
|
||||||
|
Write-Host "Bestaande remote tag verwijderen (indien aanwezig)..." -ForegroundColor Yellow
|
||||||
|
Write-Host " Gitea verwijdert de bijbehorende release mee." -ForegroundColor DarkGray
|
||||||
|
$ErrorActionPreference = "SilentlyContinue"
|
||||||
|
git push origin ":refs/tags/$gitTag" 2>$null | Out-Null
|
||||||
|
$ErrorActionPreference = "Stop"
|
||||||
|
}
|
||||||
}
|
}
|
||||||
|
|
||||||
Write-Host "Git-tag aanmaken: $gitTag" -ForegroundColor White
|
Write-Host "Git-tag aanmaken: $gitTag" -ForegroundColor White
|
||||||
@@ -405,7 +485,10 @@ if (-not $releaseApi) {
|
|||||||
Write-Host "Geen GITEA_TOKEN in de omgeving — release overgeslagen." -ForegroundColor Yellow
|
Write-Host "Geen GITEA_TOKEN in de omgeving — release overgeslagen." -ForegroundColor Yellow
|
||||||
Write-Host " Zonder release ziet de app geen update-melding voor $appVersion." -ForegroundColor DarkGray
|
Write-Host " Zonder release ziet de app geen update-melding voor $appVersion." -ForegroundColor DarkGray
|
||||||
} else {
|
} else {
|
||||||
$notes = Get-ChangelogSection $appVersion
|
# Uit $changelogTxt en niet opnieuw van schijf: in een droogloop is de kop
|
||||||
|
# nog niet geschreven, en dan zou de payload hier de placeholder tonen —
|
||||||
|
# precies wat je met een droogloop wilt uitsluiten.
|
||||||
|
$notes = Get-ChangelogSectionFromText $changelogTxt $appVersion
|
||||||
if (-not $notes) { $notes = "Release $appVersion" }
|
if (-not $notes) { $notes = "Release $appVersion" }
|
||||||
$payload = @{
|
$payload = @{
|
||||||
tag_name = $gitTag
|
tag_name = $gitTag
|
||||||
@@ -451,6 +534,38 @@ Write-Host " Git-tag: $gitTag -> origin" -ForegroundColor Green
|
|||||||
Write-Host "════════════════════════════════════════" -ForegroundColor Cyan
|
Write-Host "════════════════════════════════════════" -ForegroundColor Cyan
|
||||||
Write-Host ""
|
Write-Host ""
|
||||||
|
|
||||||
|
# ── Versie naar de volgende dev-cyclus ────────────────────────────────────
|
||||||
|
# Was voorheen stap 4 met de hand. Gebeurt hier, ná het publiceren, zodat een
|
||||||
|
# afgebroken release het versienummer niet vooruit zet. Bijkomend voordeel: de
|
||||||
|
# `-dev` suffix laat dezelfde release niet nog eens draaien (de controle boven
|
||||||
|
# in dit script weigert een `-dev` versie), dus een dubbele publicatie is
|
||||||
|
# meteen uitgesloten. Wil je bewust opnieuw releasen, zet het nummer dan zelf
|
||||||
|
# terug.
|
||||||
|
if ($appVersion -match '^(\d+)\.(\d+)\.(\d+)$') {
|
||||||
|
$volgende = "{0}.{1}.{2}-dev" -f $Matches[1], $Matches[2], ([int]$Matches[3] + 1)
|
||||||
|
$rootPkgPath = Join-Path $PSScriptRoot "package.json"
|
||||||
|
|
||||||
|
if ($DryRun) {
|
||||||
|
Write-Host "[DRY-RUN] Versie in package.json: $appVersion -> $volgende" -ForegroundColor Yellow
|
||||||
|
} else {
|
||||||
|
# Gerichte tekstvervanging in plaats van ConvertTo-Json: dat zou het hele
|
||||||
|
# bestand herschrijven en de opmaak van de andere velden aantasten.
|
||||||
|
$rootTxt = [System.IO.File]::ReadAllText($rootPkgPath)
|
||||||
|
$treffer = [regex]::Match($rootTxt, '"version"\s*:\s*"' + [regex]::Escape($appVersion) + '"')
|
||||||
|
if ($treffer.Success) {
|
||||||
|
$rootTxt = $rootTxt.Remove($treffer.Index, $treffer.Length).Insert($treffer.Index, '"version": "' + $volgende + '"')
|
||||||
|
[System.IO.File]::WriteAllText($rootPkgPath, $rootTxt)
|
||||||
|
Write-Host "Versie in package.json naar de volgende cyclus: $volgende" -ForegroundColor Green
|
||||||
|
Write-Host " Commit dit mee, samen met de changelog-kop en de README-badge." -ForegroundColor DarkGray
|
||||||
|
Write-Host ""
|
||||||
|
} else {
|
||||||
|
Write-Host "Kon '$appVersion' niet terugvinden in package.json — versie niet bijgewerkt." -ForegroundColor Yellow
|
||||||
|
}
|
||||||
|
}
|
||||||
|
} else {
|
||||||
|
Write-Host "Versie '$appVersion' is geen x.y.z — volgende dev-versie niet automatisch gezet." -ForegroundColor Yellow
|
||||||
|
}
|
||||||
|
|
||||||
# Expliciete 0: anders erft de caller de exitcode van het laatste
|
# Expliciete 0: anders erft de caller de exitcode van het laatste
|
||||||
# docker-commando (bijv. de registry-check).
|
# docker-commando (bijv. de registry-check).
|
||||||
exit 0
|
exit 0
|
||||||
|
|||||||
@@ -9,6 +9,7 @@
|
|||||||
# ./release.sh -SkipTests # sla de testsuite over (niet aanbevolen)
|
# ./release.sh -SkipTests # sla de testsuite over (niet aanbevolen)
|
||||||
# ./release.sh -DryRun # toon alle commando's zonder iets uit te voeren
|
# ./release.sh -DryRun # toon alle commando's zonder iets uit te voeren
|
||||||
# ./release.sh -Force # sla conflictcontrole over, overschrijf tags
|
# ./release.sh -Force # sla conflictcontrole over, overschrijf tags
|
||||||
|
# ./release.sh -NoChangelog # publiceer bewust zonder release-notes
|
||||||
#
|
#
|
||||||
# Combinaties:
|
# Combinaties:
|
||||||
# ./release.sh -Force -NoBuild
|
# ./release.sh -Force -NoBuild
|
||||||
|
|||||||
Reference in New Issue
Block a user